
De omvang van geschikte gebieden voor begrazing dreigt tegen 2100 door klimaatverandering met 36 tot 50 procent te verminderen. Het betreft vooral gebieden in regio’s waar herders nu ook al kampen met lage inkomens, honger, genderongelijkheid en politieke instabiliteit. Dit blijkt uit mondiale modelanalyses die klimaatonderzoekers en ecologen uit onder meer Potsdam, Beijing, Barcelona en Groningen 9 februari publiceren in het Amerikaanse tijdschrift PNAS, nota bene in het jaar dat door de Verenigde Naties is uitgeroepen tot International Year of Rangelands and Pastoralists (‘graaslanden en herders’).
Begrazing is wereldwijd een belangrijk voedselproductiesysteem dat mensen in uiteenlopende geografische en sociaaleconomische omstandigheden van een inkomen voorziet. De onderzoekers, onder wie landbouwkundige Prajal Pradhan van de Rijksuniversiteit Groningen, evalueerden hoe veranderingen in temperatuur, neerslag, luchtvochtigheid en windsnelheid als gevolg van klimaatverandering van invloed zijn op de begrazing van graslanden in zes werelddelen: Noord- en Zuid-Amerika, Europa, Azië, Afrika en Oceanië. Zij berekenen dat de afname van weidegrond schade kan berokkenen aan 110 tot 140 miljoen veehouders en 1,4 tot 1,6 miljard stuks vee. Hiervan bevindt bijna 40 procent van de bevolking zich momenteel in landen met ‘ernstige honger’, zoals Afghanistan, Kenia en Ethiopië, en zo’n 12 procent in landen met ‘(extreem) alarmerende honger’, zoals Somalië, Jemen, Tsjaad of Zuid-Soedan.
