De nieuwe roman van Ian McEwan, Wat we kunnen weten, speelt zich af over honderd jaar. In die honderd jaar hebben overstromingen en oorlogen de hoeveelheid mensen gehalveerd. De mensen zijn er al aardig aan gewend.
Een halvering van het aantal mensen lijkt mij onvoldoende voor een langdurig leefbare wereld. Het zijn nog altijd 4,1 miljard mensen, en de beschikbare ruimte is door de gestegen zeespiegel flink geslonken. 4,1 miljard mensen zijn er ontzettend veel. Een bioloog zal dat vast beamen, een wiskundige misschien ook, maar een leek ervaart het verschil niet tussen miljoen en miljard. Het is allebei veel, zoals mammoeten en dinosaurussen allebei oud zijn.
Chimpansees en bonobo’s zijn onze meest verwante soorten, en vergelijkbaar qua omvang, gewicht en voedselassortiment. De schattingen van het aantal chimps lopen uiteen van 170 tot 340 duizend. Als je dat tienduizend keer vermenigvuldigt, kom je op 1,7 tot 3,4 miljard, nog lang niet de gehalveerde mensheid. Van bonobo’s zijn er nog veel minder: vijftien-tot twintigduizend. Na de halvering van het aantal mensen zijn er nog altijd tweehonderdduizend mensen voor iedere bonobo. Let wel: deze cijfers gaan ervan uit dat die mensapen alle oorlogen en overstromingen glansrijk doorstaan.
Er zijn zeshonderd-tot negenhonderdduizend zwarte beren op de wereld. Wat erbij komt wordt doodgeschoten, omdat er anders ‘te veel’ zijn. Mensen zijn zo alom tegenwoordig dat een beer ze vaak tegenkomt. Eens in de twee jaar wordt zo’n mens doodgebeten, nadat hij een jong beertje aait of snoep geeft.

Eens in de twee jaar wordt zo’n mens doodgebeten, nadat hij een jong beertje aait of snoep geeft
Opgeruimd staat netjes. Als we onze productie, consumptie en verspilling blijven laten groeien, verwacht ik dat er natuurrampen en oorlogen komen die een gigantische krimp van de mensheid inluiden. Misschien wel met 999 promille. Daarna kan het restantje mensen weer naar hartenlust roofbouw plegen – dat kan de aarde hebben. De periode van onvrijwillige krimp zal een akelige tijd zijn, die een paar eeuwen kan duren.
Daarom pleit ik voor vrijwillige krimp. En omdat niemand een cent wil inleveren, is krimp alleen haalbaar door bevolkingsbeperking. Die ouwe Malthus had een vooruitziende blik. Om te beginnen moeten we de kinderbijslag afschaffen, waar kinderen toch niets aan hebben. De uitgespaarde gelden kunnen we besteden aan zaken waar kinderen wel iets aan hebben, zoals onderwijs, opvang, vrijetijdsbesteding, gezondheidszorg.
Helaas is bevolkingskrimp een taboe-onderwerp. De politiek streeft juist naar groei, naar meer, meer, meer. De milieubeweging zwijgt over bevolkingskrimp, onder andere uit angst voor racisme. Witte volken hebben immers kleinere gezinnen dan zwarte? Dus dan zal Europa wel vinden dat Afrika moet krimpen. Maar nee, de CO2-uitstoot van Afrika is de helft van die van Europa, ook al wonen er drie keer zoveel mensen. Bevolkingskrimp is in Europa dus effectiever.
Na een krimp van 999 promille blijft één op de duizend mensen over: 8,2 miljoen. Nog altijd tien keer het aantal zwarte beren, twintig keer het aantal chimpansees en vijfhonderd keer het aantal bonobo’s. Of dat er te veel zijn weten we niet. Wat we kunnen weten is dat de prognose van Ian McEwan te rooskleurig is.
Koos Dijksterhuis beschrijft dagelijks natuurobservaties in Trouw, en schrijft boeken en vormvaste verzen op rijm.
