Word lid

Liefhebber van hitte

Deel

Foto: David Shale / Naturepl / Nature in Stock


Vele vakantiegangers zoeken elk jaar weer graag de warmte op, maar deze diepzeeslak leeft in wel heel warme temperaturen. De schubvoetslak, ook wel vulkaanslak of ijzerslak, leeft namelijk op zo’n drie kilometer diepte in de buurt van hydrothermale schachten, die tot wel boven de 300 graden Celsius kunnen zijn. Deze hydrothermale schachten zijn uitlaten rond vulkanen waar magma het zeewater opwarmt en het water – met giftige chemicaliën – naar buiten spuit. 


Verrassend genoeg leven er veel extremofielen rond hydrothermale schachten en een expeditie uit 2001 voegde daar de schubvoetslak aan toe. De onderzoekers zagen dat de slak een symbiotische relatie heeft met zwavelbacteriën die de aanwezige giftige chemicaliën omzetten in voedingsstoffen voor de slak. Deze symbiose heeft alleen een groot nadeel: de zwavelbacteriën produceren als bijproduct zwavel, dat giftig is voor de slakken.


Gelukkig hebben de slakken een unieke oplossing om toch bij de vulkanische uitlaatkleppen te blijven leven. Via een buizennetwerk onder de schubben van de slak wordt zwavel omgezet in greigiet en pyriet: onoplosbare mineralen gebaseerd op ijzersulfide. Deze afzetting van mineralen geeft de slak zijn bijzondere zwarte metaalachtige schubben en een extreem sterk huisje, waardoor hij ook aanvallen van krabben kan weerstaan. 


De onderzoekers van de expeditie van 2001 brachten in 2003 een gedetailleerde beschrijving van de schubvoetslak uit (Science, 2003) en deelden de slak bij de familie Peltospiridae in. Deze indeling was echter niet volledig en werd daardoor niet erkend door de internationale organisatie die over de wetenschappelijke naamgeving van organismen gaat. Een onofficiële taxonomische naam, een nomen nudum, was door de onderzoekers wel meegegeven aan een sequentie voor ribosomaal rna van de schubvoetslak, namelijk Chrysomallon squamiferum. Uiteindelijk heeft een publicatie in Zoological Journal of the Linnean Society uit 2015 deze naamgeving officieel vastgelegd.  


De soortaanduiding squamiferum betekent vrij vertaald uit het Latijn ‘schubbendragend’, wat verwijst naar de bijzondere schubben op het lichaam van de slak. De geslachtsnaam Chrysomallon betekent vrij vertaald uit het Oud-Grieks ‘gouden haarlokken’. Op het eerste gezicht een vreemde naamgeving voor een vooral zwarte slak, maar een witte variant van de slak is als eerste ontdekt. Het witte pantser ontstaat bij een specifieke hydrothermale schacht die geen ijzer bevat. Het huisje en de schubben krijgen daardoor niet hun gebruikelijke zwarte, metaalachtige glans. 

Lees nu ook