
In juni heeft het Europees Parlement ingestemd met de nieuwe Europese verordening voor Nieuwe Genomische Technieken. Daarmee komt er eindelijk meer ruimte om gericht eigenschappen van gewassen te verbeteren met crispr-cas, schrijft John van der Oost.
Rond 2005 werd bekend dat veel bacteriën ook beschikken over een uniek afweersysteem. Het crispr-cas-systeem kan stukjes virus-dna inbouwen in het crispr-geheugen van het afweer systeem op het bacteriële chromosoom. Na infectie van het zelfde virus, vindt herkenning plaats door een cas-enzym met een klein stukje rna (overgeschreven uit het crispr-geheugen), waarna het virus-dna heel specifiek kapot geknipt wordt.
Al snel werd duidelijk dat het crispr-cas-systeem heel goed gebruikt kon worden in de biotechnologie, en in de jaren die daarop volgden zijn inderdaad veel voorbeelden gerapporteerd van succesvolle veranderingen in het dna van zowel planten als van humane cellen. Een prachtig voorbeeld van Wageningse collega’s is het gebruik van crispr-cas om, met minimale veranderingen op het dna, aardappels te ontwikkelen die resistent zijn tegen de beruchte ziekteverwekker Phytophthora.
Echter, om crispr-gewassen op de markt te brengen en crispr-gentherapie naar de kliniek, is toestemming vereist. In 2024 is door de Europese Unie een eerste vorm van gentherapie gebaseerd op crispr-cas toegestaan voor het genezen van mensen met de bloedziekte sikkelcelanemie. Hopelijk volgen er nog veel meer therapieën in de komende jaren.
Discussies
In tegenstelling tot veel andere landen, was het in Europa tot voor kort niet toegestaan om crispr-cas te gebruiken voor het introduceren van specifieke, kleine veranderingen in voedingsgewassen. Maar in juni 2026 heeft het Europees Parlement, na jarenlange discussies, eindelijk ingestemd met het gebruik van Nieuwe Genomische Technieken (zoals crispr-cas) om eigenschappen van gewassen te verbeteren.
Tot voor kort was het in Europa alleen toegestaan om planten genetisch aan te passen met ‘klassieke mutagenese’. Dit is een methode waarbij plantencellen worden blootgesteld aan straling of chemicaliën, wat resulteert in grote aantallen veranderingen in het dna. Deze mutagenese-methode is vanaf 1960 gebruikt voor het genereren van varianten van veel landbouwgewassen. Een mooi voorbeeld is de spectaculaire verhoging van de opbrengst van graan, wat heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering van de voedselzekerheid. Vijftig jaar geleden was er nog geen regelgeving voor dit type genetische technieken. Aangezien er nooit aanwijzingen zijn geweest dat het eten van dit soort gewassen schadelijk zou zijn voor de gezondheid, is dat altijd zo gebleven.
Sinds duidelijk werd dat het crispr-cas-systeem een zeer efficiënt alternatief kan zijn voor gewasverbetering, zijn er in Europa vele jaren verhitte discussies gevoerd tussen voor- en tegenstanders. Een veelgebruikt argument tegen crispr-editing van planten betreft risico’s voor de voedselveiligheid. Echter, in vergelijking met random mutagenesemethodes, is er geen enkele reden om aan te nemen dat doelgerichte introductie van een enkele kleine verandering met crispr een groter risico met zich mee zou brengen.
Een andere zorg van tegenstanders betreft de monopoliepositie van grote Europese multinationals. De vrees is dat deze bedrijven zich met name richten op belangen van de aandeelhouders, bijvoorbeeld meer winst door het gebruik van lucratieve herbiciden en de daarbij behorende herbicideresistente gewassen te promoten. Dit is echter een algemeen probleem dat een consequentie is van het kapitalistische systeem waar we mee te maken hebben.
Licenties
Een manier om de bedrijfsvoering van de biotechbedrijven bij te sturen, is een regulatiemodel dat in Noorwegen is voorgesteld, waarbij alleen toestemming gegeven wordt voor genetische modificaties als dat goed zou zijn voor de samenleving en voor het milieu, en liefst voor allebei. Tot slot zijn crispr-patenten en de bijbehorende licenties vaak heel duur en dus vooral voor grote bedrijven betaalbaar.
Vanuit Wageningen wordt op dit moment gewerkt aan een alternatief crispr-cas-systeem, waar op korte termijn licenties voor een redelijke vergoeding te verkrijgen zullen zijn voor de optimalisatie van voedingsgewassen en het herstellen van genetische ziekten. Een ander voorbeeld om deze technologie bereikbaar te maken is een initiatief van Wageningen Universiteit om bepaalde crispr-patenten gratis te delen met non-profitorganisaties, met name in derdewereldlanden. Ik ben nu een jaar met pensioen, en daarom spreek ik de wens uit dat de nieuwe generatie wetenschappers, zoals de studenten die mijn colleges hebben gevolgd, zich actief gaan inzetten om crispr-cas te gebruiken om de wereld een beetje mooier te maken!
John van der Oost (1958) is moleculair bioloog en tot voor kort hoogleraar microbiologie bij Wageningen Universiteit. Hij geldt als een van de grondleggers van de crispr-cas-technologie.
