
Windmolens zijn essentieel voor de energietransitie, maar ze zorgen helaas wel voor slachtoffers. Onder meer vogels botsen er soms tegenop, bijvoorbeeld tijdens hun trek. Valt daar iets aan te doen?
Caroline Brighton (British Trust for Ornithology), mede-auteur van een review over wiekpatronen in Journal of the Royal Society Interface van 6 mei
‘Botsingen tussen vogels en windmolens zijn niet simpelweg een zichtbaarheidsprobleem. Het is een probleem van sensorische perceptie, dus maatregelen om botsingen te voorkomen moeten ontworpen worden vanuit het oogpunt van vogels. Veel vogels hebben een grote visuele blinde vlek, waardoor ze windmolens simpelweg niet zien als ze hun blik op de grond richten. Maar daar blijft het niet bij. Vogels nemen beweging echt anders waar. In een visuele illusie waar strepen voor ons omhoog lijken te bewegen, is de beweging voor duiven bijvoorbeeld zijwaarts.
‘Dwars op de molenwiek georiënteerde zwarte strepen geven alleen een expansiecue: de strepen zorgen voor een betere zichtbaarheid van de wieken als die op je afkomen omdat je ernaartoe beweegt. Wij stellen diagonaal georiënteerde strepen voor; dan wordt voor de vogel ook zichtbaar in welke richting een blad beweegt. Daarnaast weten we dat vogels focussen op randen, dus randen benadrukken kan wellicht ook helpen.
‘De meeste tot nog toe uitgeprobeerde wiekpatronen zijn zwart-wit, maar het is onwaarschijnlijk dat dit de meest optimale kleur is onder verschillende lichtomstandigheden en voor verschillende soorten. Bovendien kan zwarte verf ook voor opwarming zorgen, wat windmolenmakers niet leuk vinden. Mogelijk is rood een betere kleur om te gebruiken.
‘Dit zijn allemaal voorstellen die nog uitgebreid in de praktijk getest moeten worden. Helaas is er relatief weinig onderzoek naar de effecten van wiekpatronen op botsingen met vogels – de financiering ontbreekt doorgaans, en het is ook best lastig om nette waarnemingen te doen.
‘Welk wiekpatroon het beste werkt kan verschillen tussen vogelsoorten; denk alleen al aan dag- of nachtactieve soorten. Afhankelijk van de plek van de windmolens kan men hier wellicht wel rekening mee houden. Sowieso is slimme positionering van windmolens in eerste instantie superbelangrijk, pas daarna kunnen wiekpatronen een extra oplossing bieden.’
Bart Hoekstra, onderzoeker radar-aero-ecologie (Universiteit van Amsterdam)
‘Voor mijn promotieonderzoek heb ik een voorspellingsmodel voor vogeltrek over land in Nederland ontwikkeld. Wat we in Nederland op zee al doen – en volgens mij is dat uniek in de wereld, dus daar mogen we best trots op zijn – is windparken stilleggen tijdens de nachten dat vogeltrek piekt. Dat scheelt een boel, want meer dan de helft van de vogeltrek vindt hier in een periode van twaalf tot zestien nachten plaats. Als je op die nachten molens stilzet, heb je een aanmerkelijk lager aanvaringsrisico. Het zou mooi zijn als we zoiets ook op land voor elkaar krijgen.
‘Op basis van radargegevens heb ik vogeltrek in Nederland in kaart gebracht (Journal of Environmental Management, 2025). Opvallend is dat je daar echt duidelijke regionale verschillen in terugziet. In West-Friesland is het bijvoorbeeld relatief heel druk, terwijl net ten noorden van Amsterdam veel minder vogels langstrekken. Dat kan zo een factor drie verschillen. Turbines wel of niet in bepaalde gebieden plaatsen kan wat dat betreft dus zeker zin hebben om botsingen te verminderen. Natuurlijk is het wel zo dat er meer factoren meespelen in de beslissing waar windmolens geplaatst worden. Ook heel lokaal kan de plek trouwens effect hebben; soms kan een turbine 50 meter verplaatsen al schelen, doordat je ze buiten veel gebruikte vliegroutes zoals dijken en bomenrijen plaatst (Scientific Reports, 2019).
‘Voor het stilzetten van windmolens is een landelijk systeem noodzakelijk, zoals dat nu op zee ook gebeurt. Als je (bijna) alle windparken stil wilt leggen voor vogeltrek en je daar niet van tevoren rekening mee houdt, krijg je qua energievoorziening een probleem. De data om zo’n systeem op te zetten ligt in principe klaar; implementatie is nu aan de overheid.
‘Vogels kunnen natuurlijk ook bij dagelijkse verplaatsingen tegen molens opbotsen, maar het is wel zo dat zulke verplaatsingen veelal op lagere hoogtes plaatsvinden. Terwijl zeker voor de najaarstrek helaas geldt dat vogels grotendeels precies op hoogte van de windmolenwieken vliegen.’

