Zowel mensen als muizen kunnen aan de hand van vage clues een mysterie oplossen.
‘Videogames maken muizen van ons.’ Dit is niet de opzet van een bizarre fantasyfilm, maar een citaat van neurowetenschapper Zachary Mainen in een persbericht over zijn artikel in Neuron (11 februari). Daarvoor onderzocht zijn team aan de hand van een foerageertaak bij muizen en een videogame bij mensen het vermogen van beide groepen om conclusies te trekken op basis van verborgen informatie.
Â
De muizen en mensen kropen dus niet in de huid van een tovenaar die mensen in dieren verandert, maar waanden zich in de schoenen van een detective die een mysterie oplost. Voor de muizen draaide dat mysterie om de vraag: ‘waar vind ik mijn waterbeloning?’. Of er water uit fonteintje A of B kwam, werd bepaald door twee verborgen variabelen. Ten eerste de kans dat een fonteintje van actief naar inactief switchte, ten tweede de kans dat een actief fonteintje water produceerde. Afhankelijk van hoe hoog die kansen zijn is het slim om bij gebrek aan water uit A eerst even af te wachten, of gauw naar B te lopen.
MONSTER
Mensen moesten in een videogame een monster verslaan dat zich verstopte achter een kasteel. De verborgen variabelen waren in dit geval de kans om het monster neer te schieten, en de kans dat het monster veranderde van verstopplek.
Mensen moesten in een videogame een monster verslaan dat zich verstopte achter een kasteel
Zowel mensen als muizen probeerden daadwerkelijk de verborgen variabelen te achterhalen. Zonder dat speurwerk waren muizen waarschijnlijk simpelweg bij het fonteintje gebleven dat gemiddeld het meeste water gaf.
Â
Mensen waren overigens wel een stuk beter in het oplossen van hun mysterie. Waar muizen gemiddeld zes sessies nodig hadden om de regels van hun taakje te doorgronden, begrepen de meeste mensen al binnen een sessie hoe de vork in de steel zat. Zo’n videogame veranderde mensen dus niet simpelweg in muizen eerder supermuizen.
Â
