‘Meren zijn spiegels naar het verleden’

Deel

Limnoloog Suzanne McGowan bij de Loenderveense Plas: ‘Dankzij sedimentkernen uit meren kunnen we soms eeuwenlang terugkijken naar gebeurtenissen van eutrofiëring.’ Foto: Johan Hazekamp/ NIOO-KNAW

Ze heeft een fascinatie voor ecologisch onderzoek aan meren en ontdekte in het ongerepte Groenland hoe meren in één jaar van helderblauw naar bruin kleurden. ‘Als we de klimaatcrisis niet aanpakken, kunnen we het niet stoppen’, stelt limnoloog Suzanne McGowan.

‘De eerste shock over de meren in West-Groenland kregen wij al tijdens het jaarlijkse veldwerk in de zomer van 2023 te verwerken. We wisten dat zich een recorddroogte en -regenval in het najaar van 2022 had voltrokken, maar zagen toen pas echt de gevolgen. De bodem rond de meren was heel drassig en de meren kleurden bruin in plaats van blauw. Zoiets hadden we nog nooit eerder gezien en onze analyses wijzen erop dat de meren over een omslagpunt zijn geduwd. Vooral de abruptheid van de veranderingen en enorme schaal maken het zo schokkend’, vertelt Suzanne McGowan, hoofd aquatische ecologie bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en bijzonder hoogleraar aquatic ecosystem dynamics in Utrecht. Ze houdt 18 februari haar oratie in Utrecht, een dag later gevolgd door het symposium Aquatic ecosystems in a dynamic world, en publiceerde recent over de transformatie van Groenlandse meren (PNAS, 21 januari). En ondertussen wordt Groenland ook nog eens geconfronteerd met territoriale claims van de Amerikaanse president Donald Trump.

Hangijzer
‘Groenland is plotseling een politiek heet hangijzer. Ik vind het afschuwelijk dat er zoveel aandacht wordt besteed aan kolonialistische ideeën die niet thuishoren in de moderne wereld. Het leidt de aandacht af van de wereldwijde kwestie van klimaatverandering. Ik wil me graag concentreren op de wetenschap’, vertelt McGowan via Teams vanuit haar ouderlijk huis in Engeland. ‘Persoonlijk omschrijf ik mezelf het liefst als limnoloog, omdat de limnologie ook de fysische aspecten omvat van de studie aan binnenwateren en hun wisselwerking met het land. Juist het integrale samenspel tussen biotische en abiotische factoren speelt een belangrijke rol in de dynamiek van meren’, legt McGowan uit. ‘Die dynamiek is fascinerend omdat ze zich op meerdere tijdschalen voordoet. Meren maken elk jaar verschillende seizoenen door, maar krijgen ook te maken met variatie in aan- en afvoer van water uit de omgeving. Dat maakt ze kwetsbaar voor milieuvervuiling en klimaatverandering en dat weerspiegelt zich in veranderingen in de gemeenschappen plankton en andere waterplanten en dieren die in meren leven. In de loop van tientallen jaren leggen meren die veranderingen ook vast in het sediment dat zich ophoopt op de bodem van het meer. In dat opzicht zijn meren spiegels naar het verleden. We kunnen in sedimenten pollenanalyses doen om de omringende vegetatie te reconstrueren, maar ik leg me vooral toe op het monitoren van twee pigmenttypen: chlorofylen en carotenen. Dit zijn proxies en bioindicatoren voor algen en fototrofe bacteriën, die we kunnen gebruiken om perioden van algenbloei uit het verleden op te sporen in sedimentkernen. Zo kunnen we terugkijken, soms eeuwenlang, naar gebeurtenissen en trends van eutrofiëring. Samen met experimenteel onderzoek biedt dit een gereedschapskist om te kijken naar langetermijneffecten van milieuveranderingen.’

‘Groenland is uniek omdat de directe invloed van mensen er heel klein is’

Als hoogleraar aan de Universiteit van Nottingham en Fellow van de Freshwater Biological Association liet McGowan zich inspireren door Windermere, een iconisch meer in het Engelse Lake District. ‘Dat is een meer dat al sinds 1945 intensief wordt bemonsterd, maar we kunnen sedimentkernen gebruiken om ver terug in de tijd te gaan en laten zien dat de aanleg van spoorwegen en riolering rond 1860 een enorme impact had op de waterhuishouding, nutriënten en bacteriële samenstelling’, vertelt McGowan. ‘Nederland heeft vooral naam gemaakt door onderzoek naar ecologische veranderingen in ondiepe laaglandmeren. Dat onderzoek heeft wereldwijd de interesse aangewakkerd om te zoeken naar bewijzen voor ecosysteemveranderingen in allerlei meertypen in Noordwest-Europa, China, Zuidoost-Azie en ook Groenland.’ Het werk in Groenland is een internationaal project dat al sinds 1990 loopt en waarvoor de Amerikaanse ecoloog en klimaatonderzoeker Jasmine Saros van de University of Maine heel veel werk heeft verzet om langetermijnmonitoring van deze meren te verzekeren.

‘Groenland is uniek omdat de directe invloed van mensen er heel klein is. Het is een van de laatste ongerepte gebieden, waar de ijskappen massaal smelten. We monitoren nu al tien jaar een aantal meren in West-Groenland en schrijven de nu gesignaleerde omslag van blauw naar bruin toe aan het extra hard afsmelten van permafrost. In land liggen grote hoeveelheden koolstof opgeslagen, maar die bodems zijn ook rijk aan ijzer en andere elementen. De enorme regenval spoelde grond, koolstof en metalen de meren in, waardoor het hele voedselweb op zijn kop kwam te staan. Licht kan de bodem niet meer bereiken en plankton leeft voornamelijk nog in de bovenste waterlaag, terwijl in donkere, diepere lagen juist afbraak van organische stof plaatsvindt. De meren slaan in de poolzomer nu geen koolstof meer op, maar zijn een bron van kooldioxide geworden. De CO2-uitstoot naar de atmosfeer is met maar liefst 360 procent toegenomen’, constateert McGowan, waaraan ze bezorgd toevoegt: ‘We zien, monitoren en melden het, maar als we de klimaatcrisis niet aanpakken, kunnen we het niet stoppen.’

Lees nu ook