Missie geslaagd

Deel

Humor is een belangrijk instrument voor een docent. Het is – uiteraard – vermakelijk, maar het helpt ook om de aandacht vast te houden en dingen beter te laten steken. Zo denk ik bij de tweede wet van Newton nog altijd aan Ad Nijenhuis en zijn vuistslag-op-Sophies-neus-op-een-ijsbaan-verhaal. Het kan ook enorm helpen om de spanning van bepaalde situaties af te halen. Reageren op een verstoring of een belediging met een grapje heeft een heel ander effect dan boos worden, soms is het een nodig, soms het ander.


Omdat humor zo nuttig is ontwikkelen de meeste docenten na verloop van tijd een arsenaal aan vaste grapjes. Je hebt toch ieder jaar andere klassen en herhaling maakt humor sterker. Een persoonlijke favoriet van mij is ‘die heet zo omdat’, waarbij ik zeer voor de hand liggende biologische namen uitleg. ‘Deze kikker heet blauwe pijlgifkikker omdat hij blauw is.’ ‘Het middenhandsbeentje heet zo omdat het een beentje is in het midden van je hand.’ Als leerlingen al met hun ogen beginnen te rollen zodra ik ‘die heet zo’ zeg, heb ik ze waar ik ze hebben wil.


Een andere favoriet is om een doorgegeven briefje te onderscheppen, het in stilte te lezen en me dan luidkeels te beklagen dat er geen liefdesverklaringen op staan. Meestal zorgt dat voor wat gegrinnik en wordt mijn doel bereikt: dat ze ophouden met het doorgeven van briefjes. 


Leerlingen leren echter niet alleen van wat je zegt, maar ook van wat je doet. Humor leidt tot humor: wat mij betreft een zeer wenselijke bijwerking. Zo werd een eerste klasje dat sowieso al wel van een geintje hield getrakteerd op mijn briefjesgrap. Een week later zaten ze weer in mijn les en was er een briefje dat zéér opzichtig doorgegeven werd en al de halve klas rond was gegaan voor ik het te pakken kreeg. Dit stond erop:


En daarmee was mijn missie ook meteen geslaagd.


Reinder Bosman (1997) is docent biologie en onderzoeken & ontwerpen bij het Goois Lyceum in Bussum. Hij deelt hier zijn ervaringen in en rond zijn klas en het veld.

Lees nu ook