Foto: ImageSelect
Ongedierte of lekkernij? Beide labels zijn van toepassing op de meeltor (Tenebrio molitor). Vooral op het larvestadium van dit beestje. Daar is de meeltor dan ook beter bekend van: als meelworm. In de Westerse wereld zijn meelwormen als voedselbron vooral verkrijgbaar voor huisdieren, maar meelwormen zijn op zich ook heel geschikt voor menselijke consumptie. Gebakken of gefrituurde meelwormen zijn een voedzame snack: de larven zitten tjokvol eiwit, vitaminen en mineralen. Omdat ze vrij efficiënt te kweken zijn, is de productie bovendien milieuvriendelijk. In de natuur leven meelwormen onder meer in vermolmd hout, maar ze vertoeven ook graag in voedselvoorraden van mensen. Dat merkte ook Linnaeus op: ‘leeft in bakkersmeel, molens, droog brood en suiker’ schrijft hij in Systema naturae in 1758. Vermoedelijk is soortstoevoeging molitor – Latijn voor molenaar – hier een verwijzing naar. Hoewel meelwormen goed eetbaar zijn, zullen molenaars over het algemeen balen als ze de larven in hun meelvoorraad aantreffen. Gelukkig zijn meelwormen redelijk makkelijk te bestrijden: een kwestie van snel opsporen en verwijderen. Inschakelen van een specialist is meestal niet nodig, stelt het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen. De larven zijn meestal geel of bruin, maar in zijn volwassen stadium is de meeltor donkerder gekleurd. Net verpopt zijn ze nog wit, maar na enkele dagen kleuren ze bruin tot zwart.
Genusnaam Tenebrio, van het Latijnse woord voor donker, komt echter ergens anders vandaan. ‘In de eigenlijke betekenis neemt men ’t Latijnse woord tenebrio , voor iemand die het licht schuwt en zich overdag verscholen houdt. Dit kan op vele insecten toegepast worden; doch Linnaeus gebruikt dat woord tot een geslachtnaam voor deze, die, (…) de duisternis schijnen te beminnen’, meldt Natuurlyke historie van 1761 een paar jaar na Linnaeus’ oorspronkelijke beschrijving van de meeltor – Linnaeus zelf gaf in Systema naturae geen etymologische verklaring van Tenebrio.
