
Oceaanonderzoekers in Groenland hebben wel heel opmerkelijke hulptroepen ingeschakeld voor een nieuwe studie: zij rustten zes narwallen uit met meetapparatuur om veranderingen in watertemperatuur en zoutconcentraties onder gletsjers in kaart te brengen. Het voorspelbare duikgedrag van deze walvissen maakte hen ideaal voor herhaaldelijke dataverzameling, zo schrijven de wetenschappers 26 augustus in Science Advances.
Gedurende drie jaar verzamelden de gezenderde narwallen meer dan 2.000 zeewaterprofielen – een veelvoud van wat mogelijk zou zijn geweest met metingen vanaf een onderzoeksschip. De meetresultaten vergeleken de onderzoekers vervolgens met wereldwijde oceanografische data.
De bevindingen bevestigen het beeld dat de Noordelijke IJszee een zogeheten ‘Atlantificatie’ ondergaat: het warmere en zoutere water van de Atlantische Oceaan bereikt steeds vaker de diepe bassins onder gletsjers in Groenland, soms zelfs tot 300 kilometer landinwaarts. Hierdoor versnelt het smeltproces van de Groenlandse gletsjers en kunnen zeestromingen en mariene ecosystemen verstoord raken.
Het is overigens niet voor het eerst dat wetenschappers zeezoogdieren inzetten voor Arctische oceaanmetingen. Onder meer Groenlandse walvissen, beloega’s en zelfs zeehondensoorten doken al de ijskoude dieptes in voor de wetenschap.

