
Totaal onverwachte verschillen in genoomgroottes en insertie-deletiepatronen doken op na het diepgaand sequensen van drie nauw verwante Amerikaanse gaaisoorten.
Nauw verwante soorten kunnen genetisch onverwacht grote verschillen vertonen. Dat ontdekten Amerikaanse bioinformatici en evolutiebiologen door van drie gaaisoorten maar liefst 45 individuele genomen in hoge resolutie te analyseren (Science, 12 december). De uit long-read sequencing verkregen pangenomen van de wijdverspreide Woodhouse-struikgaai (Aphelocoma woodhouseii), Florida-struikgaai (A. coerulescens) en alleen op het Californische eiland Santa Cruz voorkomende eilandstruikgaai (A. insularis) vertonen grote verschillen in genoomgroottes, insertie-deletiepatronen en inversies. Zo is sprake van minstens drie miljoen insertie-deletiepolymorfismen en bijna 450 duizend structurele varianten met meer dan driehonderd inversies.
Verschillen in mutatietypen – zoals inserties, deleties, translocaties of inversies – hangen samen met de demografie van de vogels. Inversies komen het meest voor in de meest wijdverspreide soort, terwijl gendeleties het vaakst optreden bij de soort met de kleinste populatieomvang. Onderzoek aan transcriptomen laat zien dat dit detecteerbare effecten heeft op het functioneren van de gaaien. Vaak zijn er – afgezien van de mens en modelsoorten – maar weinig dna-datasets beschikbaar die inzicht bieden in welke mutaties er in wilde populaties zijn opgetreden. Terwijl dit volgens de onderzoekers juist meer begrip oplevert in de demografische effecten op diversiteit en evolutie.
