Nieuwe tijden voor Pieterburen

Deel

Na ruim vijftig jaar verhuist zeehondencentrum Pieterburen (boven) naar het WEC in Lauwersoog (onder), waar het belang van de Waddenzee en haar bewoners centraal staat. Foto’s: Zeehondencentrum Pieterburen


Minder opvang, meer onderzoek en educatie. Die trend is al ruim tien jaar gaande en wordt nu, met de verhuizing van zeehondenopvang Pieterburen naar Lauwersoog, bekrachtigd.

Wat ooit begon met de opvang van moederloze zeehondjes in een achtertuin, groeide uit tot mogelijk de beroemdste opvang van Nederland: de zeehondenopvang in Pieterburen. Maar aan alles komt een eind: na ruim vijftig jaar hulp aan duizenden zeehonden sloot het centrum op zondag 5 januari definitief de deuren voor bezoekers. Het gebouw en de faciliteiten zijn verouderd en te kostbaar om te renoveren. En dus verhuizen ze naar het nieuwe WEC, het Werelderfgoedcentrum Waddenzee, in Lauwersoog. Pal aan zee. Hoewel daar de specialistische zorg aan zeehonden doorgaat, is er ook meer ruimte voor een andere belangrijke missie van het centrum: het publiek bewust maken van het belang van de Waddenzee en haar bewoners. De verhuizing ligt daarmee in lijn met een trend die zich al ruim tien jaar in de wereld van de zeehondenopvang aftekent: het voorkomen van onnodige opvang en meer onderzoek en educatie. Een bewogen geschiedenis, met de nodige horten en stoten.

Die geschiedenis begint overigens niet bij ‘zeehondenmoeder’ Lenie ‘t Hart in Pieterburen, zoals velen denken. Het zijn René en Anneke Wentzel uit het nabijgelegen Uithuizen die in 1961 het fundament voor de zeehondenopvang in de provincie Groningen leggen – het Texelse Ecomare vangt dan overigens al zo’n negen jaar zeehonden op. ‘De grote vraag was: wat eet een jonge zeehond? Wij hadden geen idee hoe we de vette melk van een moederzeehond konden vervangen’, vertelt zoon Peter in de zomer van 2021 in het Robbenbulletin , de nieuwsbrief voor donateurs van het zeehondencentrum in Pieterburen. Hij vertelt hoe ze uiteindelijk uitkomen op een papje van haringen, van visgroothandel Slump, die de vraag soms nauwelijks aankan.

De eerste pup vertoeft in een teiltje in de achtertuin van het woonhuis waar Wentzel nog steeds woont. Dat verandert een jaar later in een betonnen bak, gevolgd door een tot zeehondenbassin omgebouwde regenput – vandaag de dag zwemmen daar alleen nog karpers in. Als moeder Anneke sterft, neemt Lenie ‘t Hart de opvang vanaf 1971 over in haar huis in Pieterburen, wat uitgroeit tot het grootste zeehondenziekenhuis van Europa.

Achterhaald
‘In die beginjaren was het beleid: als je denkt dat een zeehond hulp nodig heeft en je hem kunt pakken, dan breng je hem naar Pieterburen’, zegt Sander van Dijk, marien bioloog en hoofd programmering bij het zeehondencentrum. ‘Dat is nu totaal achterhaald, maar was toen in zekere zin een logische gedachte: het ging ontzettend slecht met de zeehonden, met in de jaren zeventig nog maar amper duizend gewone zeehonden in Nederland. Iedere geholpen zeehond droeg direct bij aan het voortbestaan van de soort, was het idee.’ De kleine populatie kampt op dat moment met vervuild zeewater en de nasleep van de zeehondenjacht. Op termijn maken de populaties echter een enorme groei door, met in 2020 naar schatting zo’n 7.600 gewone zeehonden en 5.600 grijze zeehonden.

Hoewel ‘t Hart altijd bleef hangen in het idee dat ieder dier in (ogenschijnlijke) nood hulp verdient, kwam er al in 2002 een leidraad die erkende dat opvang voor het voortbestaan van de populatie niet nodig is. ‘Vanaf 2013 is het gaan schuren binnen het centrum, met de apotheose in 2014’, aldus Van Dijk. ‘Het personeel kwam in opstand tegen de oprichtster, omdat we nieuw beleid wilden invoeren op basis van voortschrijdend inzicht. Lenie wilde daar niets van weten.’ Verschillende media berichten in dat jaar over de manier waarop ’t Hart met haar personeel omging, waar Van Dijk verder niet op in wil gaan.

Na het vertrek van ‘t Hart verandert er veel bij het centrum in Pieterburen. Van Dijk: ‘Vroeger dacht men dat iedere pup die alleen op het strand lag, per definitie zijn moeder kwijt was; die dieren werden altijd meegenomen. Nu weten we, mede door ons eigen onderzoek uit 2015 op de Dollardbank, dat zeehonden hun jongen tot wel 24 uur achterlaten op het strand. Een pup zonder pardoes meenemen is dus onethisch.’



Wat begon in de achtertuin van Lenie ‘t Hart groeide uit tot hét zeehondenziekenhuis van Europa.

Het zijn deze en meer inzichten die uiteindelijk in 2018 leiden tot de conclusie van een wetenschappelijke commissie, ingesteld door de overheid, dat het opvangen van zeehonden niet noodzakelijk is om de soort in stand te houden en soms juist schadelijk kan zijn. Het zoeken naar en het vangen van hulpbehoevende dieren in natuurgebieden moet onmiddellijk worden stopgezet, staat in het advies. Opvang zou alleen mogen als het dier gewond is geraakt door menselijke activiteiten en als het geen schade voor de soort oplevert.

Het vormt in 2020 de leidraad voor het zeehondenakkoord, waarin afspraken staan tussen de partijen die betrokken zijn bij het opvangen van zeehonden. Vanaf dan is het voor iedereen verboden om aan zeehonden te zitten, behalve voor aan een opvangcentrum verbonden gediplomeerde zeehondenwachter, die als specialist waakt over de zeehonden op het strand. Zeehonden mogen alleen opgevangen worden als het écht nodig is, bijvoorbeeld door ziekte of verwondingen, en dieren in nood moeten eerst 24 uur worden geobserveerd. Maximaal 5 procent van de aanwas mag per jaar worden gevangen. En na een aanscherping in 2021 mag alleen medisch gekwalificeerd personeel (zoals dierenartsen) van een operationeel zeehondencentrum besluiten of een zeehond moet worden opgevangen.

‘Wij zijn ontzettend blij en trots dat dit akkoord er is gekomen’, licht Van Dijk toe, ‘want na de breuk met Lenie in 2014 veranderde de zeehondenopvang in een soort Wilde Westen. Er was opeens veel illegale opvang, soms gewoon bij mensen thuis in bad. En als er een belletje binnenkwam, stonden er regelmatig medewerkers van meerdere opvangcentra bij een dier op het strand. Die gekkigheid verdween door de afspraken in het zeehondenakkoord, en inmiddels liggen de drie operationele zeehondenopvangcentra in Nederland op één lijn.’ Ook Peter Wentzel is verheugd met het akkoord, ‘dat helemaal past in het denken en streven van mijn ouders’.

Leefgebied
Maar als iedereen het er al jaren over eens is dat opvang voor het voortbestaan van de soort niet nodig is, waarom gebeurt het dan nog? En verzwakken populaties niet als je telkens de zwakke individuen eruit haalt en opgekalefaterd terugzet? Van Dijk: ‘Nederland is een klein land en we zetten het leefgebied van zeehonden steeds verder onder druk, waardoor ze regelmatig door ons in de problemen komen. Dan moet je ook je verantwoordelijkheid nemen en deze dieren helpen, zonder zwakke individuen teveel kans te bieden.’

‘Ik ben altijd een groot voorstander geweest van het zeehondenakkoord en blij dat er minder opgevangen wordt’, vertelt Sophie Brasseur, die als marien bioloog bij Wageningen Marine Research al ruim dertig jaar onderzoek doet naar gewone en grijze zeehonden in Nederland. ‘Maar ik blijf ook zeggen: voor de populatie is opvang niet noodzakelijk. Mogelijk is er zelfs een negatief effect op de populatie, bijvoorbeeld via instandhouding van zwakke genen of introduceren van ziektekiemen. Het punt is: we weten eigenlijk niet wat het effect van opvang is, en er wordt ook niet genoeg kennis verzameld om daar iets over te zeggen. Zeehonden krijgen al een chip en een flippermerk als ze worden terugzet. Maar ze worden verder niet gevolgd en het is onduidelijk wat hun lot is.’


Sinds 2020 mogen zeehonden alleen nog opgevangen als het écht nodig is, bijvoorbeeld door ziekte of verwondingen, en dieren in nood moeten eerst 24 uur worden geobserveerd. Foto: Martina Zilian

Een ander kritiekpunt van Brasseur is de normen in het zeehondenakkoord, op basis waarvan men besluit een dier al dan niet mee te nemen. ‘Na ongeveer drie weken worden pups gespeend en door hun moeder verlaten. Gespeende grijze zeehondenpups kunnen weken of soms een maand alleen op de wadplaten achterblijven voordat ze gaan zwemmen. Gewone zeehonden kunnen al vlak na de geboorte zwemmen, maar ook zij zijn iets meer dan drie weken alleen. Moeders komen niet terug, maar die pups zijn echt niet hulpbehoevend. Ze teren dan op hun vetreserves en vallen af, waardoor gewichtsafname helaas ook geen goede norm is. Weten of een pup gered moet worden blijft dus hoe dan ook ingewikkeld.’

Toch is Brasseur blij met het werk dat de zeehondenopvangcentra in Nederland doen. ‘Dat is goed voor bijvoorbeeld de pr van de zeehond en de natuur op zee. Bovendien is het hartstikke goed dat dieren die dood liggen te gaan op een vol strand weg worden gehaald; kinderen, honden en badgasten gaan er soms mee aan de haal. Zeehonden kunnen bovendien van zich afbijten en ziektes bij zich dragen. Daarnaast zijn de zeehondenwachters de ogen en oren op het gebied van zeezoogdieren; ze zien als eerste als er iets aan de hand is.’

Brug
Al met al pleit Brasseur voor een nog sterkere brug tussen wetenschap en opvang, die de afgelopen tien jaar gelukkig al behoorlijk is verbeterd. ‘De opvang in Nederland is enorm geëvolueerd, in positieve zin, en er is meer dan ooit tevoren ruimte voor opbouwende kritiek en discussie. We zijn nu bijvoorbeeld samen met centra en zeehondenwachters aan het kijken of we betere metingen kunnen doen aan dode dieren om te begrijpen wat de bedreigingen zijn. Daar ligt waardevolle en belangrijke kennis, want het gaat helemaal niet goed met de zeehonden in de Waddenzee.’ Uit haar onderzoek blijkt dat de overleving van de pups sinds 2013 zeer sterk gezakt is, door onbekende oorzaak. Zonder nieuwe aanwas ziet ze dat de populatie al enkele jaren daalt. ‘Als dit zo doorgaat kan de hele populatie instorten.’

Met de verhuizing naar het WEC gaat er opnieuw veel veranderen in de zeehondenopvang, vertelt Van Dijk. ‘We gaan ons breder focussen op de habitat waarin zeehonden leven: de zee. Als die gezond is, komen er hopelijk minder dieren in problemen waarvoor opvang nodig is. Ecologen, biologen, dierenartsen, studenten en andere wetenschappers gaan hier samen het leven op en rond het wad onderzoeken. Daarnaast willen we aan een breed publiek laten zien hoe nauw de mens verbonden is met de natuur door middel van interactieve exposities en lesdagen voor leerlingen. Het wordt dus echt een totaal nieuw concept, waarbij wetenschap, kennis en educatie samenkomen.’ Het WEC opent 26 april de deuren.

Foto’s: Zeehondencentrum Pieterburen & Martina Zilian

Lees nu ook