Deze nieuwstoets hoort bij het artikel ‘Kruidenrijk gras produceert meer veevoer’ en sluit aan bij de thema’s ecologie en onderzoek doen.

VRAGEN
1. Het artikel vertelt dat ecoloog Martijn Bezemer dit onderzoek ‘goed nieuws voor de biodiversiteit’ noemt. Wat wordt in dit artikel bedoeld met biodiversiteit?
2. Het onderzoek laat zien dat soortenrijke graslanden meer biomassa produceren dan monoculturen.
2a. Geef de definitie van het begrip biomassa.
2b. Wat wordt bedoeld met een monocultuur?
3. Het artikel beschrijft dat het onderzoek is uitgevoerd op 26 locaties wereldwijd binnen een ‘LegacyNet-experiment’.
3a. Wat zou de hoofdvraag van het onderzoek kunnen zijn geweest?
3b. Welke twee variabelen werden in dit onderzoek met elkaar vergeleken?
4. De Ierse agro-ecoloog John Finn vertelt in het artikel dat mengsels van meerdere soorten meer opbrengst geven, zelfs met minder stikstofmest. Geef een mogelijke biologische verklaring voor dit effect.
5. In het artikel staat dat meer biodiversiteit graslanden ‘klimaatbestendiger’ maakt. Leg uit waarom soortenrijke graslanden vaak stabieler zijn dan monoculturen.
ANTWOORDEN
1. Biodiversiteit betekent in dit artikel het aantal verschillende plantensoorten dat in een grasland voorkomt.
2a. Biomassa is de totale massa van organische stof (de totale massa aan planten die in een grasland groeit).
2b. Een monocultuur is een grasland met maar één plantensoort.
3a. Bijvoorbeeld: Hoe verandert een grotere biodiversiteit in graslanden de biomassaproductie in vergelijking met een stikstofrijke monocultuur?
3b. De biodiversiteit en de hoeveelheid biomassa die die graslanden produceren.
4. Soortenrijk grasland levert meer biomassa omdat verschillende plantensoorten verschillend omgaan met nutriënten, water en licht. Hierdoor wordt de beschikbare omgeving efficiënter benut, wat leidt tot een grotere totale productie dan in een monocultuur. (Ook correct: het grasland heeft minder last van ziekten.)
5. Soortenrijke graslanden kunnen beter omgaan met veranderingen zoals droogte, hitte of plagen. Als één soort het slecht doet, kunnen andere soorten dat opvangen. In een monocultuur valt de volledige productie terug wanneer die ene soort wordt aangetast.

