
In de discussie rond gender en sekse stellen sommige biologen dat de natuur binair is: of mannelijk of vrouwelijk, en heteroseksueel. Variaties daarop zijn onnatuurlijk. Queer-theory stelt juist dat een strikt onderscheid tussen man en vrouw ‘onnatuurlijk’ is. Duur Aanen signaleert in deze gedeelde obsessie met natuurlijkheid een wijdverbreid misverstand.
Onlangs verzorgde ik een avond in de cursus queer biology in Wageningen over seksuele selectie, sekse en gender. Mijn ‘opdracht’ was het – in de ogen van sommigen nogal ruige en onorthodoxe – seksleven van schimmels te belichten. Mijn conclusie was echter dat seksuele systemen altijd binair zijn, zelfs die van schimmels. Maar hoewel ik tot deze – voor sommigen wellicht teleurstellende – conclusie kwam was mijn hoofdboodschap een andere.
We horen soms dat queer, de diversiteit in genderidentiteit en seksuele voorkeuren buiten de binaire man-vrouwindeling en heteronormativiteit, ‘onnatuurlijk’ is. Wat bedoelen mensen hiermee? Voor sommigen betekent het simpelweg ‘het meest voorkomende’. Volgens sommige traditionele religies verwijst ‘natuurlijk’ naar Gods ordening, met twee geslachten, met het oog op voortplanting. Tegenwoordig interpreteren we ‘natuurlijk’ vaak vanuit de biologie en onze evolutionaire voorgeschiedenis.
Adaptief
Voor sommigen, zoals bioloog Richard Dawkins, betekent ‘natuurlijk’ ‘nauw aansluitend bij de biologische geslachten’. Volgens deze interpretatie is de aangeboren toestand binair, dus ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk, en heteroseksueel. Deze visie ziet afwijkingen van deze ‘norm’ als ‘aangeleerd’, en daarom als ‘onnatuurlijk’. De impliciete gedachte hierbij is dat ‘natuurlijk’ ook ‘adaptief’ is omdat het een evolutionair voordeel oplevert. Volgens deze logica zijn homoseksuele relaties onnatuurlijk omdat ze niet leiden tot nageslacht.
Aan de andere kant stelt queer-theory juist dat de binaire, heteronormatieve kijk op gender een sociaal construct is. Deze ‘standaard’ wordt dus opgelegd door onze sociale omgeving en is daarom niet aangeboren maar ‘aangeleerd’. In zekere zin stelt queer-theory dus dat het heteronormatieve, strikte onderscheid tussen man en vrouw ‘onnatuurlijk’ is en dat de ‘natuurlijke toestand’ niet zo binair is. Of, zoals Judith Butler, een bekende queer-theoretica voorstelt, zou het begrip ‘natuurlijk’ zelfs grotendeels kunnen worden losgelaten.
Misverstand
We zien dus compleet verschillende standpunten over de ‘natuurlijke’ staat van ‘gender’ en ook over de vraag wat de rol is van nature en nurture. Maar wat beide kampen verenigt is de wens om te weten wat ‘natuurlijk’ is. Waarom vinden we het antwoord op die vraag zo belangrijk? Ik vermoed dat deze gedeelde interesse voortkomt uit een wijdverbreid misverstand in de samenleving en ook in de wetenschap, de naturalistische dwaling (naturalistic fallacy). Dit is de idee dat als kan worden aangetoond dat een toestand natuurlijk is, dit ook betekent dat deze toestand moreel aanvaardbaar is.
Een treffend voorbeeld van dit standpunt is te vinden in een pamflet, geschreven door Don Smith in 1978: Why are there gays at all? Why hasn’t evolution eliminated “gayness” millions of years ago? Don Smith was zeer actief in de homobevrijdingsbeweging van San Francisco en hij geloofde dat een evolutionaire verklaring voor homoseksualiteit een respons kon zijn op anti-homosentimenten; homoseksualiteit werd namelijk als onnatuurlijk en immoreel beschouwd omdat het geen evolutionair voordeel zou opleveren.
Waarde
De bekende evolutiebioloog John Maynard Smith bekritiseert Don Smiths betoog zijn essay Science, ideology and myth. Maynard Smith verwerpt met grote stelligheid het idee dat we een evolutionaire verklaring voor homoseksualiteit nodig hebben als morele rechtvaardiging. Hij formuleert dit als volgt: ‘Als mensen homoseksuelen hebben veracht omdat homoseksualiteit niet bijdraagt aan biologische fitness, dan hebben ze het mis. Het zou net zo onzinnig zijn om wiskundigen te vervolgen omdat het vermogen om differentiaalvergelijkingen op te lossen niet bijdraagt aan fitness.’
Een wetenschappelijke theorie – darwinisme of welke andere dan ook – zegt niets over de waarde van een mens.
Duur Aanen is hoogleraar evolutiebiologie bij de vakgroep erfelijkheidsleer van Wageningen Universiteit.

