Word lid

Oost, west, klein best

Deel

Heremietkreeften gaan soms netjes naast elkaar opgesteld in een rij staan. Soms wel met twintig stuks tegelijk, gerangschikt van klein naar groot. Een rij van kreeften die het krap hebben. Niet te verwarren met krab met een ‘b’, bedoel ik hier krap, met een ‘p’. Om de beurt wisselen ze dan met het huisje van hun buur, naar een groter exemplaar. Kreeften met verhuisplannen dus, omdat hun huisje niet meegroeit.


Ook mijn vriendin en ik stonden in de rij om een nieuw huisje uit te zoeken, bij de bezichtiging van een koopwoning. Want het begon langzamerhand aardig gênant te worden: een nest-onderzoeker die zelf geen nest kon vinden. Maar anders dan het gemoedelijke ‘met de hele straat verhuizen’ zoals dat bij heremieten gaat, had hier iedereen het op dezelfde schelp voorzien, lees: het huis.


Wonder boven wonder trokken we aan het langste eind en wonen we nu op een nieuwe plek! Een eigen nest! In die denkbeeldige rij heremieten, schoven we dus een huisje op, zij het alleen de verkeerde kant op. Want ja, het is nu echt van ons, maar ruimer werd het er niet op, kleiner wel. En dan verhuizen naast onszelf óók nog eens allemaal opgezette dieren, verzamelingen en stapels natuurboeken mee.


Troostend is de gedachte dat huisjes altijd nóg kleiner kunnen. Terwijl wij puzzelen met ons woonoppervlak, red een hele familie eksters zich op één enkele vierkante meter. Menig tuinvogel neemt al genoegen met een nestkast van tien bij tien centimeter. Of neem de kokerjufferkokertjes waar ik onderzoek naar doe. Deze ieniemienie huisjes van zoetwaterinsecten zijn op hun beurt weer gemaakt van steentjes, takjes en aan elkaar gemetselde minuscule slakkenhuisjes. Huisjes kunnen dus nóg kleiner zijn!


Maar ook die worden weer overtroffen in nederigheid, door het bouwsel van een amoebe, genaamd Difflugia coronate. Dit kleine, eencellige organisme dat niet tot de dieren behoort, maar tot de protisten, huist in een draagbare zandkorrelvesting. Op microscopische foto’s is een bol zichtbaar van honderden steentjes, kunstig aan elkaar geplakt. Deze amoebe geeft het begrip tiny house een nieuwe dimensie. De diameter van dit huis is zo ongeveer een honderdvijftigste van een millimeter, fors kleiner dan de punt achter deze zin. Eencellig, maar qua huis toch gezellig.


Ook in onze kleine schelp maken we er het beste van. Van een kast die uitklapt tot bureautje tot een droogrek aan het plafond met katrolletjes, je moet een beetje creatief zijn. Als zelfs een amoebe zonder zenuwstelsel er iets moois van maakt, dan kunnen wij dat met ons huisje ook, da’s een no-brainer, letterlijk!

Auke-Florian Hiemstra studeerde biologie in Leiden, doet onderzoek naar animal architecture , en zoekt nu funding voor een postdoc. Zijn onderzoek is te volgen op BlueSky @aukeflorian

Lees nu ook