Vissen kunnen geen kaart lezen. Toch lukt het zalmen om na duizenden kilometers aan omzwervingen op zee de rivier te vinden waar ze geboren zijn. Botten en diklipharders weten hoe de geulen in de Waddenzee lopen. Gepen zwemmen ieder voorjaar noordwaarts door Het Kanaal richting onze kustwateren. En makrelen die hier des zomers in grote scholen in de ondiepe Noordzee jagen, overwinteren in de diepe fjorden van Noorwegen. Ze vinden de juiste routes omdat ze een ingebouwd navigatiesysteem hebben met opslagruimte voor bijtanklocaties, gevaarlijke kruispunten en wegversperringen. Maar soms raken ze ook wel eens de weg kwijt of zwemmen expres een andere kant op.
Waarom vissen de weg soms wel en soms niet weten, weet ik zelf niet zo goed. Wel ben ik er heel nieuwsgierig naar. Vorig jaar herfst heb ik om die reden met collega’s het zwemgedrag van vijftig vrouwelijke palingen in een kanaal in Friesland onderzocht. In het kanaal was een bubbelscherm aangelegd om plastic weg te vangen uit het water, vlakbij de Waddenzee. We waren benieuwd of de palingen bang waren voor de bubbels en ook nog de weg door Harlingen wisten. Dat leek wel mee te vallen, hun zendertjes werden al snel opgepikt voor de Maasvlakte en nog verder zuidelijk. Waarschijnlijk waren ze op weg naar paaigronden in de Sargassozee. Dat weten we niet zeker, want niemand heeft ze daar ooit zien voortplanten. Tot nu toe zwemmen alle volwassen palingen wel die kant op en worden rond de Sargassozee ook palinglarven gevonden, dus zal het wel zo zijn.

Waarom zou je terugkomen op je besluit om het zoute water op te trekken?
Zuidwaarts is de goede kant op voor palingen maar onderweg ligt nog een flink aantal zijwegen met mogelijkheden tot afdwalen van de kudde. Zo zagen we een van de palingen de Westerschelde inzwemmen en stroomopwaarts doortrekken naar de Bovenschelde in België, weer het zoete water in. Dat is gek, want waarom zou je terugkomen op je besluit om het zoute water op te trekken? Dat is een hoop osmoregulatoir gedoe. Misschien merkte de paling dat ze niet vet genoeg was om de lange reis te voltooien, rook ze iets lekkers uit Antwerpen of liep de navigatiesoftware vast. Het zou interessant zijn om te kijken of mannelijke palingen hier net zoveel last van hebben. Jammer genoeg hadden we alleen vrouwtjes gezenderd. Ik zag mezelf al staan als winnaar van de Ig Nobelprijs.
Andere palingen waren inmiddels netjes opgedoken voor de Belgische kust. Onderzoekers aldaar hadden de waarnemingen van hun ontvangstations gedeeld op een internationaal dataplatform: het European Tracking Network. Toen ik daar laatst weer eens op keek, zag ik een wel heel bijzondere melding. Een zendernummer van een van onze palingen was waargenomen in de Atlantische oceaan voor de Noord-Spaanse kust, vlakbij Santiago de Compostella. Was deze paling op bedevaart? Dat God niet bestaat bleek al vrij snel. Want toen ik de plaatselijke vissenonderzoeker om extra gegevens had gevraagd, leek het zendernummer door de apparatuur zelf opgewekt te zijn, veroorzaakt door verstoringen onder water. Weg eureka-gevoel. Ook in de wetenschap is lijden onderdeel van het leven.
Rob Kroes is visecoloog bij ecologisch adviesbureau ATKB. Daarnaast doet hij promotieonderzoek naar migrerende vissen aan de Universiteit van Amsterdam.
