
Wie o wie verspreidt toch de zaden van de parasitaire Balanophora fungosa, vroegen Japanse biologen zich af. Het op een paddenstoel lijkende plantje – te vinden in de tropische bossen aan de Japanse kust – voedt zich met de wortels van andere planten en is bedekt met miljoenen zaadjes. Hoe die zaadjes zich verspreiden was jarenlang een mysterie.
De onderzoekers hadden eerst mieren op het oog als potentiële verspreider – gelijksoortige planten uit dezelfde familie, die een saaie kleur en gistige geur hebben, worden namelijk vaak door insecten verspreid. Maar toen ze de planten bedekten met een fijnmazig net dat alleen mieren doorliet, stopte de zaadverspreiding.
Een strategisch geplaatste cameraval betrapte de daadwerkelijke dader echter op heterdaad: een heremietkreeft deed zich te goed aan het bolle fruit. De op het land levende soort Coenobita brevimanus schraapte met zijn scharen het fruit van de plant, waarbij enkele zaden aan het lichaam bleven plakken. Aangezien de dieren flinke afstanden kunnen afleggen, maakt dat hen hoofdverdachte in de zaadverspreidingszaak, zo schrijven de wetenschappers 11 augustus in Ecology.
Daarnaast ontdekten de biologen dat de zaadjes de spijsvertering van de kreeft kunnen overleven, wat zou duiden op een aanvullende verspreidingsstrategie via ontlasting. Daarmee is deze vondst volgens de auteurs het eerste empirische bewijs dat heremietkreeften dienst doen als zowel uitwendige als inwendige zaadverspreider.
