Er starten dit jaar ruim 5 procent minder eerstejaars met een hbo-opleiding in de biowetenwetenschappen.
Voor het tweede jaar op rij daalt de totale instroom in de hbo-opleidingen biowetenschappen, dit jaar zelfs met ruim 5 procent. Op richtdatum 1 oktober zijn 3.349 eerstejaars gestart met een biologisch getinte hbo-opleiding tegen 3.529 in 2018. Bij de landelijk qua omvang grootste opleiding biologie en medisch laboratorium valt de daling nog mee: daar beginnen dit jaar 1.756 eerstejaars, ruim een procent minder dan de 1.780 van vorig jaar. In procenten lijkt de grootste klap zich af te spelen bij biotechnologie, daarmee starten 105 eerstejaars, 38 procent minder dan de 169 in 2018. Maar deze daling komt voor een groot deel doordat 57 eerstejaars in Leeuwarden starten met de opleiding forensisch laboratoriumonderzoek, die nu is afgesplitst van de gezamenlijke biotechnologieopleiding van Van Hall Larenstein en NHL Stenden Hogeschool.
NUMERUS FIXUS
Dit blijkt uit de inventarisatie die Bionieuws jaarlijks eind oktober houdt onder opleidingscoördinatoren in het hbo (zie bijgaande diagrammen). Tot de stijgers behoren de opleiding Landscape & Environment Management van Hogeschool InHolland in Delft, met 19 procent van 53 tot 63 eerstejaars, en diermanagement van Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden, met 8 procent meer eerstejaars: 198 in plaats van 194 studenten in 2018. Bij toegepaste biologie lijkt de landelijke daling van bijna 15 procent vooral een gevolg van de numerus fixi bij HAS Den Bosch en HAS Hogeschool Venlo. In Den Bosch beginnen 145 toepaste biologen, 35 procent minder dan de 223 in 2018, en in Venlo starten 50 eerstejaars, 23 procent minder dan de 65 instromers van vorig jaar. Aeres Hogeschool Almere had geen instroombeperking en daar starten 166 eerstejaars met toegepaste biologie, 24 procent meer dan de 134 van vorig jaar. Bij biologie en medisch laboratoriumonderzoek is het regionale beeld qua instroom heel wisselend en niet duidelijk gerelateerd aan instroombeperkingen. Avans Hogeschool – met numerus fixus – trekt 16 procent meer eerstejaars, van 172 naar 199, terwijl bij Hogeschool Leiden – zonder numerus fixus – juist 19 procent minder eerstejaars de BML-opleiding instromen, van 325 naar 263 eerstejaars.
Ook de instroom bij de voltijdopleidingen tot tweedegraadsbiologiedocent kent aanzienlijke regionale verschillen, met als grootste stijger de Hogeschool Utrecht en sterkste daler Hogeschool Arnhem Nijmegen, met respectievelijk plus 19 en min 22 procent instroom. Landelijk daalt de instroom toch met ruim 4 procent, van 301 tot 288 eerstejaars, terwijl de prognoses op een baan na afstuderen nog nooit zo goed zijn geweest als nu. ‘Gezien het toenemend lerarentekort moeten we onze hoop misschien eerder vestigen op deeltijdopleidingen, die nemen een steeds hogere vlucht’, constateert Karen de Boer, teamleider biologie, natuurkunde en scheikunde bij de NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden. ‘Bij ons zijn nu 22 studenten in deeltijd gestart, zelfs meer dan het aantal voltijdsstudenten. Ze nemen deel aan het flexibel onderwijsconcept waardoor sommigen al binnen twee jaar afstuderen.’





