
De vondst van ruim 17 miljoen jaar oude fossielen van een nieuwe mensaapsoort in Noord-Egypte schudt de ideeën over afstamming en verspreiding van deze vroege menselijke voorouders op. Een team Egyptische en Amerikaanse paleobiologen beschrijf de nieuwe soort Masripithecus moghraensis 27 maart in Science op basis van een onderkaak, kiezen en kaakfragmenten afkomstig van Miocene afzetting bij Wadi Moghra, 200 kilometer ten Noordwesten van Cairo. Het kleine mensaapje is enkele miljoenen jaren ouder dan eerder gevonden fossielen van mensapen als Kenyapithecus uit Oost-Afrika, waarmee de wieg van moderne mensapen volgens de auteurs verschuift naar Noord-Afrika.
‘Een interessante vondst omdat het nieuwe vragen oproept over de vroege evolutie, biogeografie en migratie van mensapen’, zegt evolutionair bioloog Yanell Braumuller van Naturalis die onder meer de latere migratie van Miocene mensapen in Turkije en Europa onderzoekt. ‘Het roept ook vragen op over hun afstamming van de apen met een staartje, waarvan de oudste fossielen juist dieper in Afrika gevonden zijn’, signaleert Braumuller. Hij stemt dan ook in met de Spaanse paleontologen David Alba en Júlia Aria-Martorell, die in een begeleidende perspective de vondst een ‘les in nederigheid’ noemen. ‘Het geeft inderdaad reden tot optimisme dat we de fossielen om het verhaal over de evolutie van primaten compleet te maken, misschien ergens liggen waar we er nu nog nauwelijks naar zoeken’, aldus Baumuller.
De genusnaam Masripithecus van de nieuwe mensaap is deels afgeleid van het Arabisch en betekent ‘aap uit Egypte’, net als die van de bekende en al veel eerder uitgestorven aap Aegyptopithecus.
