Paranthropus herbergt ’te grote diversiteit’

Deel

Tand van Paranthropus robustus uit Swartkrans 1,8 miljoen jaar oud. Foto: Didier Descouens/Wikimedia

Analyses aan tandglazuureiwitten uit fossielen van de oermens Paranthropus robustus wijzen op een onverwacht grote genetische diversiteit en weerspreken sekse-indeling op tandgrootte.

De 1,8 tot 2,2 miljoen jaar oude fossielen van de oermens Paranthropus robustus uit de Zuid-Afrikaanse Swartkransgrot hebben zo’n grote variatie in eiwitstructuur dat het vragen oproept over hun verwantschap. Bovendien blijkt de veel gehanteerde geslachtsbepaling op tandgrootte twijfelachtig, omdat juist een exemplaar met kleinere tanden vrijwel zeker een mannetje was. Dit blijkt uit reconstructies van eiwitsequenties uit tandglazuur aan vier P. robustus-fossielen door een internationaal team van paleo-antropologen (Science, 30 mei). Het onderzoek, met als eerste auteur de Zuid-Afrikaanse paleogeneticus Palesa Madupe van het Human Evolution Research Institute in Kaapstad en het Globe Institute in Kopenhagen, roept de vraag op of er wel sprake is van één soort en zet grote vraagtekens bij de sekse-indeling van oermensen op tandgrootte bij vroege oermensen uit Afrika. Paranthropus, die tussen 2,8 en 1 miljoen jaar geleden in Afrika leefde naast vroege mensachtigen als Australopithecus en Homo, wordt vaak beschouwd als één evolutionaire groep. Omdat in Afrikaans fossiel materiaal nog nooit bruikbaar dna is teruggevonden dat ouder is dan twintigduizend jaar, analyseerde deze onderzoeksgroep oude eiwitten die zijn achtergebleven in gefossiliseerd tandglazuur bij vier bekende Paranthropus-fossielen (SK 830, 835, 850 en 14132). Die zijn afkomstig uit de Swartkransgrot, een werelderfgoed-vindplaats bij Johannesburg die ook wel bekendstaat als Wieg van de Mensheid. Ze behoren tot de vroegst bekende exemplaren van deze soort, maar blijken op basis van de eiwitanalyses een zeer grote moleculaire variatie te vertonen.

Dimorfie
Opvallend is dat één individu (SK 835), vanwege een enkelvoudig aminozuurpolymorfisme (ENAM-137), niet nauw verwant lijkt aan de andere drie. Dit wijst volgens de onderzoekers op een aanzienlijke intraspecifieke variatie in P. robustus of dat het een andere soort uit hetzelfde genus betreft. Hiervoor is recent de soortsnaam P. capensis voorgesteld (Journal of Human Evolution, 2 januari). De kleine tanden in het afwijkende exemplaar worden tot nu toe toegewezen aan seksuele dimorfie en afkomstig van een vrouwtje, maar is volgens de huidige analyses ‘nu met zekerheid een mannetje’.

Helikopteronderzoek
Hoofdauteur Palesa Madupe laat haar publicatie ook vergezeld gaan van een stelling tegen de dominantie van ‘wetenschappers van overwegend blanke, westerse instellingen’ in de paleoantropologie, die volgens haar zorgt voor ‘koloniale dynamiek’. Bij dit onderzoek is daarom al vroeg een grote en diverse groep Afrikaanse onderzoekers betrokken. Madupe: ‘Onze hoop is dat toekomstig onderzoek zal afstappen van helikopteronderzoek en evolueert naar een meer ethische en sociaal verantwoordelijke wetenschap die Afrikaanse kennis centraal stelt.

Foto: Didier Descouens/Wikimedia

Lees nu ook