De schedelkap die Eugène Dubois in 1892 aan Pithecantropus (nu: Homo) erectus toewees. Foto: Naturalis.
Er is geen bewijs dat de fossiele kies, dijbeen en schedelkap, die Eugène Dubois in 1892 aan
Pithecantropus (nu:
Homo)
erectus toewees, tot één individu behoorden. Het is daarom beter de kies en het dijbeen uit het holotype van Homo erectus te verwijderen en alleen het schedelkapje als naamdragend exemplaar te beschouwen. Dit schrijven de paleo-antropologen Eduard Pop
1 (Naturalis, Leiden), Sofwan Noerwidi (Research Center for Archaeometry, Jakarta) en Fred Spoor (Natural History Museum, London en Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology, Leipzig) in een review in het meinummer van het gezaghebbende
Journal of Human Evolution (28 maart online). De publicatie is een nieuwe stap in het een al langer lopend dispuut – en ook interne strijd binnen Naturalis (zie:
reconstructie ‘Naturalis ‘vergat’ zijn koloniale erfenis’, Bionieuws 10 februari 2023)– over de status van deze wereldberoemde fossielen die Eugène Dubois aan een rechtoplopende mensachtige toewees. Deze fossielen maken nu nog onderdeel uit van de Dubois-collectie in Naturalis: het verzoek van Indonesië om teruggave van deze collectie van juli 2022 wacht nog steeds op een advies van de commissie Gonçalves. Pop
1, Noerwidi en Spoor claimen nu dat er geen consensus bestaat over de exacte publicatiedatum van Dubois, dat het dijbeen (Femur 1) hoogstwaarschijnlijk afkomstig is van jongere lagen van vindplaats Trinil en dat er geen consensus bestaat over de kies. Wijs daarom alleen de schedelkap tot holotype aan, is hun advies. (GvM)