
De kemphaan is niet alleen een van de mooiste vogelsoorten van ons land, het is ook een van de vele weidevogels waarmee het slecht gesteld is.
En weer is een nieuw deel verschenen in de bekende vogelserie van uitgeverij AtlasContact, het 29ste alweer, dit keer gewijd de kemphaan en geschreven door Marc van Houten. Van Houten (1963), geboren in Baarn aan de rand van de Eempolder, is al vanaf zijn vijftiende een fanatiek vogelaar. Hij raakte in die uitgestrekte polder met sloten en waaien en een rijk vogelleven in de ban van de kemphaan, de weidevogel die bekend staat om het uitzonderlijke baltsgedrag van de bont bevederde mannetjes. Daarbij is bijzonder dat er niet slechts vrouwtjes en mannetjes zijn, kemphennen en kemphanen, maar vrouwtjes en drie typen mannetjes die verschillende rollen vervullen. De bonte mannetjes die op de zogeheten arena ‘hun zonderlinge vertoningen’ (dixit Jac.P. Thijsse) verrichten zijn zogeheten honkmannen. Er zijn ook mannetjes die een witte kraag en koppluimen hebben in plaats van de per individu verschillende bonte bevedering van de honkmannen. Dit zijn de satellietmannen. Zij strijden niet mee in de arena en houden zich een beetje afzijdig, maar satellieten kunnen wel paren met een vrouwtje. Daar komen nieuwe satellieten van.
De faar
In 2004 publiceerde wilsterflapper Joop Jukema samen met Theunis Piersma een derde type mannetje: de faar. Dat zijn hanen die eruitzien als een hen maar die er qua maat tussenin vallen. Hanen zijn groter dan hennen. Het onderscheid kan eenvoudig worden gemaakt aan de hand van de vleugellengte: maximaal 170 millimeter bij de hennen en minimaal 180 millimeter bij de hanen. Van Houten beschrijft euforisch hoe hij tijdens een dagje wilsterflappen in Friesland een kemphaan vond met een vleugellengte van 176 millimeter. Het bleek een faar. Ook een faar weet af en toe een vrouwtje tot een paring, een cloacal kiss, te verleiden.
Steeds zeldzamer
Ooit waren er tienduizenden kemphanen in ons land, meestal op doortocht naar het noordse broedgebied, soms ook hier broedend. Alleen al in de Eempolder kende Van Houten achttien arena’s, landelijk waren er midden vorige eeuw meer dan driehonderdvijftig. Sinds de eeuwwisseling is het voorbij. Oorzaken: de intensivering van de landbouw, de verlaging van de waterstand, het verdwijnen van plas-drassituaties. Ook klimaatverandering helpt niet mee. De broedgebieden verschuiven noordwaarts, trekroutes verplaatsen zich langzamerhand naar het oosten. Het zien van een baltsende kemphaan in zijn arena wordt hier steeds zeldzamer.
Regenwormen
Intrigerend en onbeantwoord blijft de vraag hoe het zit met de regenwormen die de kemphaan zo graag nuttigt. Zeer onlangs werd duidelijk waarom het af te raden is om eitjes van hobbykippen te eten. Terwijl het logisch zou zijn dat de eieren van kippen die lekker buiten kunnen rondscharrelen gezonder zijn dan die van opgehokte binnenkippen, blijken de scharreleieren pfas-bommen te zijn. Het komt door de wormen, waarin de alom aanwezige pfas uit de bodem wordt opgehoopt en dat vervolgens via de kippen in hun eieren terechtkomt. Wat heeft dat voor effect op andere, wilde vogelsoorten die graag regenwormen eten, zoals trippelende meeuwen, merels, en kemphanen? Is dat al onderzocht?
De kemphaan is een fijn geschreven boek, waarin de lezer met Van Houten meereist door de mooie Eempolder, langs diverse onderzoekers in binnen- en buitenland én door de laatste halve eeuw. Het gaat inderdaad slecht met de kemphaan, maar pogingen om hun lot te verbeteren geven een beetje hoop.

De kemphaan | Marc van Houten | € 27,99
