Promotie na studie nog steeds populair

Deel

Promoveren blijft voor veel biowetenschappers de eerste stap van hun loopbaan.



‘De mooiste libellensoort van Nederland’ legde de 17-jarige Quinten Bulte uit Dalfsen vast bij zonsopgang. De jonge, in insecten gespecialiseerde natuurfotograaf won met deze foto van een bandheidelibel de WNF Photo Award in zijn leeftijdscategorie. Hij kreeg de Young Talent Award 13 december uitgereikt uit handen van natuurfotograaf Frans Lanting, die de foto uitzonderlijk mooi noemde. De winnende foto en 75 genomineerden zijn tot 13 maart te bewonderen in het Haagse Museon.


Ruim 45 procent van de afgestudeerde biowetenschappers begint zijn of haar loopbaan als promovendus, blijkt uit de arbeidsmarktenquête van het Nederlands Instituut voor Biolofie (NIBI) onder ruim zevenhonderd recent afgestudeerden die eind januari verschijnt. Hiervan is bijna 30 procent werkzaam in het buitenland. In de biomedische sector is zelfs 61 procent van de afgestudeerden werkzaam als promovendus (zie pagina 10 en 11: ‘Arbeidsmarkt biologen kleurt rood’).


‘Promoveren is nog steeds populair en geen slechte opstap. Uit ons werkgeversonderzoek blijkt dat gepromoveerden gewild zijn op de arbeidsmarkt’, zegt Ingeborg Scheurwater, coördinator arbeidsmarkt bij het NIBI. De meeste organisaties hebben volgens haar een voorkeur voor gepromoveerden boven afgestudeerde masters. ‘Ze noemen als voordeel dat PhD-ers echt getraind zijn in het rapporteren van uitkomsten van onderzoek en van doorzetten weten omdat het promotietraject als een stevige klus bekendstaat’, aldus Scheurwater. Bedrijven zoeken vooral naar mensen met passie voor hun vak, geen 9-tot-5-mentaliteit en doorzettingsvermogen; eigenschappen die ook kenmerkend zouden zijn voor veel promovendi.



Loopbaanontwikkeling

Promoveren is misschien wel een goede opstap voor een loopbaan buiten de academie, maar volgens Promovendi Netwerk Nederland (PNN) en het Postdoc Career Development Initiative is er nu te weinig structurele aandacht voor loopbaanontwikkeling van promovendi en postdocs. Half december vroegen ze in een notitie om het verbeteren van de doorstroom naar functies buiten universiteiten. ‘Er is niet veel werkloosheid onder gepromoveerden, zeker niet in de biowetenschappen en techniek’, erkent PNN-voorzitter Charlotte de Roon. ‘Toch komt lang niet iedereen altijd op het juiste niveau en op een gewenste positie te werken. Je kunt je afvragen wat het maatschappelijke nut was van een promotie als je uiteindelijk een baan op het niveau van een master krijgt.’


In de Wetenschapsvisie 2025 benadrukt het kabinet blij te zijn met de toename van het aantal promovendi, omdat die bijdragen ‘aan onze concurrentiekracht en de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst’.


De Roon: ‘Toch missen we handvatten van de overheid en universiteiten om de gewenste brede ontwikkeling van alle promovendi vorm te geven. De focus ligt nog te veel op een academische loopbaan, terwijl daar weinig carrièrekansen zijn.’ De door vakbonden ondersteunde notitie roept daarom de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Economische Zaken op een convenant op te stellen waarin koepelorganisaties van universiteiten en universitaire medische centra met onderzoekfinancier NWO en het bedrijfsleven afspreken welke doelen ze rond de doorstroom van promovendi binnen vier jaar willen realiseren.


foto Quinten Bulte/WNF

Lees nu ook