Schommelend lichaamsgewicht belangrijk bij zenderen

Deel

Een kleine mantelmeeuw (Larus fuscus) op Texel met een zender op de rug. Foto: Rosemarie Kentie


Zenders om dieren te volgen mogen vaak maximaal 5 procent van het totale lichaamsgewicht zijn. Onderzoekers laten zien hoe het lichaamsgewicht per dag kan schommelen; dat heeft invloed op dier en onderzoek.


Wanneer onderzoekers dieren volgen met een zender, moeten ze rekening houden met het veranderende gewicht van een dier gedurende de dag, stellen onderzoekers in een artikel dat 30 september verscheen in Royal Society Open Science. Wanneer ze dat niet doen, kan het gewicht van de zender het welzijn van het dier aantasten én worden daarmee de resultaten minder betrouwbaar.


Als een vogel of zoogdier een zender krijgt, wordt er rekening gehouden wat het gewicht van die zender betekent voor het dier. Een te zware zender maakt het voor een vogel moeilijker om te vliegen, of om voor de jongen te zorgen. Die veranderingen in gedrag zorgen ervoor dat onderzoeksresultaten ook minder de natuurlijke situatie nabootsen. Vaak is een zender maximaal 1, 3 of 5 procent van het totale lichaamsgewicht. Maar lichaamsgewicht kan veranderen gedurende de dag. Een groep onderzoekers uit verschillende landen wilden weten wat die schommelingen betekenen voor het zenderen van dieren en voor onderzoek naar hun gedrag.


De onderzoekers deden jarenlang veldwerk om de dagelijkse veranderingen in gewicht vast te leggen van Arabische babbelaars (zangvogels) en dwergmangoesten (kleine zoogdieren). Daarvoor trainden ze de wilde dieren om ’s avonds en ’s ochtends even op de weegschaal te staan, in ruil voor wat eten.
Het veldwerk maakte duidelijk dat gewicht per dag flink schommelt. Dat moet meegenomen worden in het maakproces van de zenders, stellen de onderzoekers. Rosemarie Kentie, ecoloog bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en niet betrokken bij dit onderzoek, denkt dat het belangrijk is dat dit soort resultaten beschreven worden, ‘zodat onderzoekers bewust blijven van de impact die ze hebben op de dieren die ze onderzoeken’.


De auteurs bevelen aan om het maximale gewicht van een zender te berekenen op basis van het lichtste gewicht dat een dier op een dag heeft. Opvallend vindt Kentie dat de onderzoekers zelf niet naar het effect van zenders hebben gekeken. ‘De 3 of 5 procent is een leidraad, maar dat betekent niet dat zenderen dan voor elke soort onschadelijk is,’ zegt Kentie, ‘je moet blijven monitoren tijdens het onderzoek. Die nazorg ben je in mijn ogen verplicht.’ Naast gewicht speelt ook de vorm en manier van bevestigen van de zender een rol. ‘Het is belangrijk om de zender aan te passen aan de vraag die je wilt beantwoorden’.


Zelf doet Kentie onderzoek naar het vlieggedrag van kleine mantelmeeuwen en zilvermeeuwen in de buurt van windmolens. Daarvoor gebruikt ze zenders die maximaal 3 procent van het lichaamsgewicht van de vogels zijn. ‘Wij zijn ons heel bewust en passen onze methodes aan om de dieren zo min mogelijk te beïnvloeden.’ Al jaren volgt Kentie de meeuwen, maar ze blijft door ze gefascineerd. De vogels zijn net begonnen met hun trek naar het Zuiden, ‘ik kijk elke dag even waar ze zijn.’

Lees nu ook