Word lid

Schreeuw om erkenning

Deel

De zesde editie van het Europees kampioenschap meeuwenschreeuwen vond afgelopen zondag plaats in België. Een zowel ludieke als tegelijk bloedserieuze wedstrijd, waarin men zo goed mogelijk probeert een meeuw na te doen. Maar liefst 75 kandidaten uit zestien landen deden mee.


Een maand geleden was ik zelf getuige van een regionale spin-off, de Katwijkse versie, waar ik jurylid mocht zijn. Een grote eer. Ik ben zelf een groot bewonderaar van meeuwen, evenals het geluid dat ze maken. Maar in Katwijk zal ik daar weinig medestanders mee hebben. Een struikrover vindt men het, bekend om het openscheuren van afvalzakken en het afpakken van frietjes en visjes, maar bovenal, berucht om z’n schreeuw. Het maakt de meeuw een gehate, vervloekte, terror-vogel. 


En toch, in het kleine zaaltje van de bibliotheek in Katwijk had een groepje mensen zich verzameld dat daar heel anders over dacht. Daar onder gelijkgestemden, kon men er eerlijk voor uitkomen eigenlijk een stiekeme bewonderaar van de meeuw te zijn. Mensen die er juist geen genoeg van krijgen, van dat geschreeuw. Eén daarvan is Claude Willaert, de organisator van het EK, die speciaal naar Katwijk was gekomen om de middag aan elkaar te praten. 


Met grote ogen heb ik naar Claude gekeken die middag. Nooit eerder ontmoette ik iemand met zoveel bewondering voor meeuwen. Iets waar we elkaar in konden vinden. Vol trots liet ik foto’s zien van een opgezette meeuw die aan de plafondbalken van mijn woonkamer hangt. Vleugels uitgestrekt en geheel meeuw-eigen zijn bek wagenwijd opengesperd. Bij het voorstelrondje van de jury hield ik een langspeelplaat omhoog. Een wat oude omslag toont een wat verkleurde zilvermeeuw, en dat is precies waar de hele plaat mee volstaat: schreeuwende meeuwen. Een plaat die je in de stad, op elk tijdstip en op elk volume aan kan zetten, zonder dat de buren klagen. Zal wel van buiten komen denkt men dan. Niemand die mij als buurman verdenkt. Niemand die ook maar een idee heeft dat er langspeelplaten met meeuwengeluiden bestaan, laat staan mensen die dat vrijwillig opzetten. 


Toch hebben Claude en ik wel medestanders op niveau. Ontdekker van het diergedrag en nobelprijswinnaar Niko Tinbergen was fervent meeuwonderzoeker en noemde het schreeuwen: ‘wonderfully melodious’. Zijn boek The herring gull’s world begint met een inventory of the calls. Een enkele meeuw kan een veelheid aan geluiden voortbrengen. Van de call note, ook wel de keew of kliew, tot de charge call, een variatie op keew, maar meer staccato. De trumpet call, de mew call, de alarm call, choking, begging, en als laatste nog de males copulation note. Een ritmische roep die alleen door het mannetje tijdens de paring gemaakt wordt.


Meeuwen willen nadoen, begint met goed luisteren. En als je eenmaal begint te luisteren, begin je te ontdekken hoeveel er te horen valt. De een na de andere meeuwschreeuwer besteeg het podium, uitgedost met vleugels, maskers en veren. Vol ontzag, of zelfs ontroering liet ik me meevoeren van roep naar roep. Bij menig schreeuw sloot ik kort even m’n ogen, de grens tussen mens en meeuw was nog nooit zo dun. Elke roep was een schreeuw om erkenning. Een ode aan de meeuw. Punten werden gegeven, een winnaar werd gekozen en met een troostrijke gedachte zag ik het zaaltje naderhand weer leegstromen: zelfs in Katwijk staan de meeuwen er minder alleen voor dan gedacht.

Auke-Florian Hiemstra studeerde biologie in Leiden, doet onderzoek naar animal architecture, en zoekt nu funding voor een postdoc. Zijn onderzoek is te volgen op BlueSky @aukeflorian. Foto: Rob ter Bekke.

Lees nu ook