Sneeuwvlo maakt antivries en warmte

Deel

Credit Sarah Becan en Heather Humbert

De sneeuwvlo heeft een bijzonder repertoire van aanpassingen om zich tegen vrieskou te beschermen. Het insect, dat bij voorkeur bij lage temperaturen leeft, maakt antivrieseiwitten en produceert hitte om de kou te doorstaan. Dat publiceert een interdisciplinaire groep onderzoekers op 24 maart in Current Biology.


De sneeuwvlo (Chionea alexandriana) leeft bij voorkeur tussen de 0 en -6 graden Celsius, terwijl andere insecten bij deze temperaturen vaak in winterslaap gaan of zich in de grond ingraven. Door het genoom van de sneeuwvlo te vergelijken met andere insecten zoals Drosophila en Aedes aegypti, zagen de onderzoekers hoe de sneeuwvlo zich aanpast aan de vrieskou.


Met behulp van antivrieseiwitten zorgt het insect ervoor dat er geen ijskristallen ontstaan in zijn cellen. Hierdoor bevriest hij nauwelijks en blijft hij actief. Daarnaast maakt de vlo ook zelf warmte om bevriezing te voorkomen. Bij temperaturen rond de -6 graden Celsius, produceert hij korte warmtepulsen vergelijkbaar met hoe zoogdieren warmte genereren. De onderzoekers speculeren dat deze warmtepulsen het insect tijdswinst geven om warmere temperaturen op te zoeken.


Een nadeel van deze hittegeneratie is dat er reactieve zuurstofgroepen vrijkomen die voor pijnprikkels zorgen. Maar de sneeuwvlo heeft ook daar een oplossing voor: de receptor TRPA1 die een pijnprikkel geeft als reactie op reactieve zuurstofgroepen, heeft bij sneeuwvlooien een 35 keer hogere drempelwaarde. De sneeuwvlo blijkt daarmee uniek aangepast te zijn aan de vrieskou.

Lees nu ook