Orang-oetans leren eten door afkijken én uitproberen

Deel

Jonge orang-oetans zijn de eerste acht jaar van hun leven afhankelijk van hun moeder. Door bij haar te spieken en zelf te ontdekken leren ze belangrijke foerageervaardigheden. Foto: Eric Balke/SUAQ Project

Orang-oetanjongen verwerven hun voedselkennis en -vaardigheden door zowel sociaal als individueel leren. Een grotere neiging tot beide leerprocessen zorgt voor het meest afwisselende dieet wanneer het dier oud genoeg is om voor zichzelf te zorgen.


Jonge Sumatraanse orang-oetans (Pongo abelii) krijgen hun arsenaal aan foerageervaardigheden onder de knie door zowel het gedrag van hun moeder af te kijken als in hun uppie voorwerpen te verkennen, schrijft een internationaal onderzoeksteam 24 september in Science. Individuen met een sterkere neiging tot sociaal én individueel leren hebben het meest gevarieerde dieet wanneer ze de leeftijd van zelfstandigheid bereiken; beide vormen van leren dragen dus bij aan de ecologische competentie van de dieren.


250 voedselbronnen
Orang-oetans blijven hun eerste acht levensjaren bij hun moeder. Na deze ontwikkelingsperiode moeten ze zelfstandig in het wild kunnen overleven. Het dieet van volwassen Sumatraanse orang-oetans omvat een uitdagend totaal van ongeveer 250 verschillende voedselbronnen. Het is dan ook van cruciaal belang dat de jonge mensapen leren wat eetbaar is, wanneer en waar ze deze voedselbronnen kunnen vinden en hoe ze het voedsel eventueel moeten bewerken voordat ze het opeten. Over het algemeen neemt men aan dat individueel leren minder efficiënt is en grotere risico’s met zich meebrengt, zoals vergiftiging en predatie. Daarentegen verhoogt het de betrouwbaarheid van de informatie en biedt het een completer en actueler beeld, ten opzichte van sociaal leren. Om te onderzoeken of en hoe beide leervormen tijdens de ontwikkeling op elkaar inwerken, analyseerden de auteurs wilde Sumatraanse orang-oetans tijdens de acht jaar durende afhankelijkheidsperiode.

Spiekmomenten
Gedurende meer dan 1700 uur aan directe observaties van 21 onvolwassen individuen, verspreid over ruim een decennium aan onderzoek, registreerden de onderzoekers ruim dubbel zo veel momenten waarbij de onvolwassen mensapen zelf op verkenning gingen, dan momenten waarbij ze hun moeder nauwlettend in de gaten hielden. Het onderzoeksteam stelde echter vast dat de meeste gevallen waarbij de onvolwassen orang-oetans op eigen initiatief voorwerpen hanteerden, niet losstaan van voorafgaande spiekmomenten bij moeder. Dat wijst volgens hen op een voorheen onderbelichte, nauwe verwevenheid van sociaal en individueel leren. De auteurs duiden observaties van verkenning die plaatsvonden binnen 145 minuten na een leerzame interactie met de moederorang-oetan dan ook aan als ‘sociaal geïnitieerd’. Sociaal leren komt volgens die redenatie vijf keer vaker voor dan individueel leren.


Daarnaast rapporteren de onderzoekers dat niet elke jonge orang-oetan dezelfde leerneiging heeft. Individuen met de sterkste neiging tot zowel sociaal als individueel leren, eten op het moment van zelfstandigheid het grootste aantal verschillende voedselbronnen. Sociaal leren blijkt een compenserend effect te hebben op de ontwikkeling van het dieet wanneer er sprake is van weinig individueel leren. Om te begrijpen wat dit patroon veroorzaakt en in welke mate de relatieve bijdrage van beide leerprocessen afhangen van lokale omstandigheden, is meer onderzoek nodig.

Lees nu ook