Bij een zeldzame conifeer uit Tasmanië worden zowel plastide- als mitochondriaal dna via de mannelijke ouder doorgegeven. Daarmee bevestigt de soort een binnen het plantenrijk uitzonderlijk patroon: bij coniferen komt organel-dna vaak via het stuifmeel, terwijl het bij de meeste andere planten van de moeder afkomstig is.