Door gebruik te maken van luchtstromingen kunnen vogels veel energie besparen tijdens een vlucht. Zo leggen veel grote vogels vrijwel zonder inspanning grote afstanden af.
Nederlandse bonte vliegenvangers die in Zweden opgroeien, vliegen niet simpelweg hun Zweedse soortgenoten achterna. Hun Afrikaanse overwinteringsgebied ligt gemiddeld tussen dat van Nederlandse en Zweedse vogels in.