
De paddenstoel aan het einde van de wereld, een tijdelijke tentoonstelling in het Coda-museum in Apeldoorn, zou volgens de introductietekst gaan over veerkracht van de natuur, en over hoe menselijk ingrijpen dat beïnvloedt. Een op zich helder concept, dat in sommige kunstwerken dan ook treffend in beeld is gebracht. De overige werken zijn dusdanig conceptueel dat de recensent van Bionieuws er ook na uitvoerige bestudering van de begeleidende teksten weinig chocola van kon maken.
Wat de grote sculpturen in het midden van de eerste zaal bijvoorbeeld met veerkracht te maken hebben, is tamelijk onduidelijk. Het betreft kronkelige, organische vormen van papier-maché, die wel iets weghebben van koraal of uitgesleten rotsen. Op zich mooi, maar niet direct een toonbeeld van veerkracht. Dat dezelfde soort papier-maché-natuur door het hele museum terugkomt en op onverwachte plekken bijvoorbeeld het plafond begint te overwoekeren, is dan wel weer leuk gedaan. Het 8 meter lange wandkleed van Otobong Nkanga wordt door het museum met veel trots gepresenteerd, maar staat zo propvol symbolen – een poppenspeler die aan touwtjes trekt, licht van sterren die duizenden jaren geleden zijn gestorven, draden van gewilde metalen, ontploffingen – dat de boodschap aan kracht inboet.
Geslaagder zijn wat dat betreft de foto’s van Zeger Reyers, die allerlei objecten liet overgroeien met oesterzwammycelium. Ook de werken van kunstenaarsduo Driessens & Verstappen tonen krachtige beeldtaal. Zoals in een ‘levend herbarium’ van plantjes die door de mens gedwongen zijn binnen de beperkte ruimte van een soort fotolijstje te groeien, en daar toch behoorlijk in slagen. Met 9 minuten durende landschapfilms – een soort timelapse van foto’s uit één gezichtspunt, die soepel in elkaar overgaan – laten de kunstenaars in een prettig tempo zien hoe veranderlijk de natuur door het jaar heen is.
De tweede zaal van de tentoonstelling is volledig gewijd aan werk van een ander kunstenaarsduo, Persijn Broersen en Margit Lukácks. Het betreft vooral videoinstallaties, die op zich fascinerend zijn. Een film van iemand die loopt door een landschap dat gevormd wordt door de ingezoomde kronkels van een stuk boomschors geeft bijvoorbeeld een bijzonder perspectief. Daarmee haakt het wel enigszins in op het thema; de relatie tussen mens en natuur en de invloed van technologie daarop komen in dit werk naar voren. Wat het geheel met veerkracht te maken heeft blijft alleen onduidelijk.
En dat is jammer, want dat valt wel degelijk mooi in kunst te vatten. Naast eerder genoemde voorbeelden lukt dat ook goed in de tapijten van Diana Scherer. Met speciale mallen dwingt ze plantenwortels in bepaalde patronen te groeien. De natuur kan zich in rare bochten wringen en vindt wel een weg om de eisen van mensen heen. Meer van zulke werken had de tentoonstelling goed gedaan. Hoewel alles wel op een of andere manier aan de interactie tussen mens en natuur doet denken, is het zonde dat veerkracht lang niet overal zo sterk naar voren komt. Dat terwijl de tentoonstelling is vernoemd naar een boek over een paddenstoel die na de atoombomaanval op Hiroshima verscheen: een sterker concept dan een deel van de getoonde werken.
De paddenstoel aan het einde van de wereld
CODA Museum, Apeldoorn
tot en met 12 april 2026
12 euro, gratis met museumjaarkaart
