‘Via dashboards raken we het directe contact met dieren kwijt’

Deel

Foto: Sven Menschel

Technologie dringt steeds dieper door in onze omgang met dieren. Volgens Bernice Bovenkerk dwingt dat biologen tot zelfreflectie. ‘Het gaat niet alleen om wat we technisch kunnen, maar wie we willen zijn.’


Melkrobots, sensoren en kunstmatige intelligentie beloven een efficiëntere veehouderij en betere monitoring van dierenwelzijn. Maar volgens dierethicus Bernice Bovenkerk kan technologie ons ook verder van dieren vervreemden. ‘Als we dieren vooral via dashboards leren kennen, raken we het directe contact kwijt. En dat heeft morele consequenties. Anderzijds kan technologie onze relatie met dieren ook verbeteren. Het hangt er helemaal vanaf hoe we het inzetten.’


Dieren serieus nemen
Met die ambivalentie vat de Wageningse dierethicus haar onderzoek samen. Per 1 december 2025 werd zij benoemd tot persoonlijk hoogleraar aan de Wageningen Universiteit, waar ze al twaalf jaar werkt binnen de leerstoelgroep filosofie. De benoeming markeert de erkenning van een onderzoekslijn die draait om een kernvraag: wat betekent het om dieren serieus te nemen als handelende wezens in een steeds verder gedigitaliseerde wereld?


Centraal in haar werk staat het begrip agency, het vermogen van dieren om hun eigen leven in zekere mate vorm te geven. ‘Dierwetenschappers laten steeds overtuigender zien dat dieren niet louter instinctgedreven zijn. Ze hebben voorkeuren, sociale relaties en een eigen perspectief op hun leven. Als je dat serieus neemt, kun je ze niet meer uitsluitend benaderen als productiemiddelen of onderzoeksobjecten.’ Agency is voor haar een relationeel begrip: de omgeving – inclusief technologie – kan het handelingsvermogen van een dier vergroten of juist beperken.


Dubbelzinnigheid
Digitale stalsystemen illustreren die dubbelzinnigheid. Een melkrobot kan een koe meer keuzevrijheid geven: het dier bepaalt zelf wanneer ze gemolken wordt. Sensoren kunnen hittestress of een uierontsteking vroeg signaleren. ‘Dat kan welzijnswinst opleveren’, erkent Bovenkerk. ‘Maar diezelfde systemen zijn ontworpen rondom optimalisatie. Het dier krijgt bewegingsruimte binnen vooraf vastgelegde kaders. De vraag is steeds: wie bepaalt de parameters?’


Volgens haar zit het spanningsveld niet alleen in gedragsbeperking, maar in de manier waarop technologie onze blik vormt. ‘Technologie bemiddelt onze relatie met dieren. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, maar het verandert wel hoe we kijken. Als efficiëntie en voorspelbaarheid de dominante waarden worden, gaan we welzijn ook langs die lat beoordelen.’


Crispr-cas
Diezelfde verschuiving ziet ze in het laboratorium. Met technieken als crispr-cas kunnen biologen in modelorganismen zeer gericht genfuncties uitschakelen of aanpassen, bijvoorbeeld in nematoden, fruitvliegen of zebravissen. Dat heeft de fundamentele biologie een enorme impuls gegeven. ‘Het is een ongelooflijk precieze en krachtige methode om causale verbanden te ontrafelen’, zegt Bovenkerk. ‘Maar er zit ook een risico in hoe we erover denken. Je kunt gemakkelijk in de verleiding komen om te geloven dat we alles kunnen ontwerpen en beheersen.’


Volgens haar schuilt daarin een subtiel maar belangrijk moreel gevaar. ‘Je kunt het gevoel krijgen dat we boven het systeem staan, dat wij bepalen hoe organismen eruitzien en functioneren. Dan kom je al snel in de buurt van het idee dat we ‘voor god spelen’.’ Ze benadrukt dat dit geen pleidooi is tegen fundamenteel genetisch onderzoek. ‘Het gaat mij om de houding die ermee gepaard kan gaan. Technologie beïnvloedt niet alleen wat we kunnen, maar ook hoe we onszelf positioneren ten opzichte van andere levensvormen.’


Kunstmatige intelligentie
Tegelijkertijd kan technologie juist bijdragen aan een rijker begrip van dieren. In haar huidige Vici-project onderzoekt Bovenkerk hoe digitale technologie onze relatie met dieren verandert. Een van de onderzoekslijnen richt zich op kunstmatige intelligentie en intersoortelijke communicatie. Door grote hoeveelheden dierlijke vocalisaties te analyseren, hopen onderzoekers patronen te herkennen die voorheen verborgen bleven. ‘Als we beter begrijpen hoe walvissen of andere dieren communiceren, zien we mogelijk duidelijker dat het individuen zijn met sociale structuren en misschien zelfs culturele tradities.’


Dat inzicht is volgens haar niet vrijblijvend. ‘Kennis over cognitie en sociaal gedrag heeft consequenties. We kunnen niet erkennen dat dieren complexe wezens zijn, en vervolgens systemen ontwerpen die daar geen rekening mee houden.’ Agency serieus nemen betekent niet dat dieren onbeperkte vrijheid krijgen. ‘Samenleven brengt altijd beperkingen met zich mee. Maar het kan niet zo zijn dat gemak of optimalisatie voor ons automatisch zwaarder wegen dan het handelingsvermogen van het dier.’


Kinderboerderij
Dat morele besef krijgt volgens Bovenkerk ook vorm in concrete ontmoetingen. Op een kinderboerderij komen mensen bijvoorbeeld in aanraking met een schaap of geit met een eigen persoonlijkheid. Tegelijk is ze daar niet romantisch over. ‘Niet elk dier wil geaaid of vastgepakt worden.’ Ook op de kinderboerderij worden dieren ingezet voor menselijke doelen, zegt ze. ‘Ze staan daar niet voor zichzelf.’ Juist in dat contrast tussen directe ontmoeting en technologische bemiddeling ligt volgens haar de kern van het debat.


Technologie kan volgens Bovenkerk veel opleveren, van betere zorg tot dieper inzicht in dierlijke communicatie. ‘Maar uiteindelijk gaat het erom hoe wij onszelf positioneren. Niet alleen wat we technisch kunnen, maar wie we willen zijn in onze omgang met andere dieren.’

Lees nu ook