Vraag: Wat is het mechanisme achter bewegingsziekte?

Deel

Er is hoop voor wie al kotsend over de reling hangt: zeeziekte gaat over na gewenning.


 

 

 

Waar de een vrolijk over het dek wandelt terwijl woeste golven tegen het schip slaan, of zonder problemen op de achterbank van de auto naar een telefoon tuurt of een boek leest, zijn kotszakjes en -emmers bij een ander in zo’n geval niet aan te slepen. Iedereen die weleens last heeft gehad van bewegingsziekte zal zich waarschijnlijk afvragen waar die misselijkheid in hemelsnaam goed voor is, en waarom lang niet iedereen er door getroffen wordt.

 

‘Het globale idee is dat er bij bewegingsziekte een conflict is tussen de informatie die je zintuigen aandragen en wat je verwachting is’, vertelt Jelte Bos, bewegingsziekte-expert bij de Vrije Universiteit en TNO. ‘Een passagier achter in de auto loopt achter de feiten aan. Zijn verwachting van beweging zal nooit optimaal zijn; hij kan bijvoorbeeld wel zien dat er een bocht komt, maar weet nooit precies hoe krap of ruim de bestuurder – die zelf geen last zal hebben van bewegingsziekte – die bocht neemt.’



EVENWICHTSORGAAN

Het evenwichtsorgaan speelt een essentiële rol bij bewegingsziekte; mensen wiens evenwichtsorgaan compleet niet functioneert, zoals bij sommige doven, hebben nooit last van bewegingsziekte. Dat anderen meer of minder bewegingsziek worden ligt waarschijnlijk niet alleen aan het evenwichtsorgaan. ‘Ik denk dat dat te maken heeft met die zelfinschatting. Alleen al het evenwichtsorgaan bevat vijf verschillende onderdelen; drie die je waarneming van draaibewegingen bepalen en twee voor lineaire bewegingen en zwaartekracht. Om beweging goed waar te nemen moeten je hersenen aan al die informatie de juiste waarde toekennen. En dan moeten je hersenen die info ook nog eens wegen ten opzichte van je visuele en somatosensorische waarneming. Dat zijn een boel parameters die je moet afstellen’, zegt Bos.



‘Alleen al het evenwichtsorgaan bevat vijf verschillende onderdelen ’



‘Daarbij speelt ervaring een grote rol. Stel Jantje en Pietje kunnen op het land zonder evenwichtsproblemen bewegen, lopen en fietsen gaat prima. Maar op zee werkt de afstelling van Jantje ineens niet goed, terwijl die van Pietje toevallig ook daar goed werkt. Dan heeft Pietje dus minder last van zeeziekte.’ De ‘zeebenen’ van een matroos komen vermoedelijk ook tot stand door het optimaliseren van deze bewegingswaarnemingparameters. ‘Na drie dagen op zee is zeeziekte bij bijna iedereen door gewenning gedaald naar een acceptabel niveau,’ vertelt Bos. Is die eigen inschatting eigenlijk nog ergens goed voor, of resulteert het alleen in misselijkheid bij een mismatch met zintuigelijke waarneming? Bos: ‘Die inschatting is de reden dat we ons houdingsevenwicht bewaren. Dat is heel belangrijk als je op twee benen staat, al helemaal als je dan ook nog wil rennen. Het liefst wil je snel kunnen bijsturen als het fout gaat. Alleen op basis van zintuigelijke waarneming red je dat niet, want dat gaat relatief traag ten opzichte van de bewegingen die je dan maakt. Het verwerken van visuele informatie duurt algauw 200 milliseconden.’

 

Voor wie veel last heeft van bewegingsziekte heeft Bos nog wel wat tips: ‘Wennen lijkt het best te werken. Dus gewoon gaan staan op dat schommelende schip en actief proberen je evenwicht te bewaren, zodat je je hersenen helpt om betere voorspellingen te gaan maken. In de auto is het zaak zo goed mogelijke visuele informatie te krijgen voor de nabije toekomst, dus vooruit naar buiten kijken. Er zijn ook nog wat huis-, tuin- en keukenmiddeltjes zoals geen koffie drinken en wel cola en gember nuttigen. Hoewel hier geen hard wetenschappelijk bewijs voor is, is er wel voldoende anekdotisch bewijs om dit toch aan te raden.’

 

Dwarse vragen van leerlingen? Mail uw vragen naar redactie@bionieuws.nl.

 

FOTO: IMAGESELECT

Lees nu ook