Deze nieuwstoets hoort bij het artikel ‘Zijn de huidige vogelgriepmaatregelen voldoende?’ en sluit aan bij het thema afweer en evolutie.

VRAGEN
1. In het artikel lees je dat pluimveehouders moeten melden wanneer hun pluimvee ziek wordt. Wanneer vogels besmet zijn met het virus, wordt het afweersysteem geactiveerd. Welk type cellen spelen een belangrijke rol in de afweerreactie tegen een virusinfectie?
2. Kees de Jong vertelt dat verschillende organisaties willen inzetten op het gebruik van vaccinaties. Leg uit hoe een vaccin de afweerreactie van het lichaam beïnvloedt.
3. De Jong geeft ook aan dat de vogelgriep waarschijnlijk niet meer verdwijnt. Leg uit hoe vaccinatie kan zorgen voor een afname van het aantal vogelgriepgevallen in Nederland.
4. Thijs Kuiken zegt dat naast het vaccineren van pluimvee ook het monitoren van wilde vogels belangrijk is. Hij benoemt daarbij dat virussen namelijk kunnen muteren. Wat is een mutatie?
5. Wanneer het vogelgriepvirus langer circuleert, kunnen wilde vogels ook immuun worden voor het virus. Leg uit hoe immuniteit bij wilde vogels de verspreiding van het virus kan beïnvloeden.
ANTWOORDEN
1. Bijvoorbeeld fagocyten, lymfocyten, macrofagen, T-helpercellen, B-cellen, etc.
2. Een vaccin bevat dode delen van het virus, waardoor het immuunsysteem wordt geactiveerd zonder dat het dier ziek wordt. Het lichaam maakt hierbij antistoffen en geheugencellen aan tegen het vogelgriepvirus. Bij een latere besmetting kan het afweersysteem sneller reageren.
3. Wanneer pluimvee wordt gevaccineerd, zijn die dieren beter beschermd tegen het virus. Deze dieren kunnen daardoor zelf het virus minder goed verspreiden. Hierdoor zullen er minder besmette dieren zijn en zal het totale aantal infecties dalen.
4. Een mutatie is een plotselinge verandering in het genetische materiaal.
5. Wilde vogels die immuun zijn, worden minder ziek maar kunnen het virus wel blijven dragen en verspreiden. Hierdoor blijft het virus als een reservoir in de wilde populatie circuleren. Pluimvee is vaak niet immuun, waardoor besmettingen daar juist tot ziekte en uitbraken kunnen leiden en de verspreiding in stand blijft.

