Word lid

Wat beklijft

Deel

Aan mijn studenten probeer ik altijd de hele reeks van het wetenschappelijke proces uit te leggen. Een idee, een theoretische achtergrond, vraag, experimenten of observaties, analyse en dan een paper. Klaar en je kunt weer van voor af aan beginnen. Ondertussen besef ik dat ik hier een belangrijke stap vergeet. Nadat het paper gepubliceerd is, is het ook goed om een poging te doen om een breder publiek te informeren over je onderzoeksresultaten. Die hebben daar misschien niet altijd interesse in, maar een poging is het in elk geval waard. Ik vind dat elke wetenschappelijke bevinding in elk geval beschikbaar zou moeten zijn voor mensen die niet getraind zijn in het uitpluizen van wetenschappelijke stukken.

Het interessante aan dit deel van het proces is, dat je er maar voor een klein deel controle over hebt. Je kunt je eigen persbericht schrijven en met een eerste journalist heb je vaak nog wel zelf een interview. Maar daarna is er altijd de kans dat het onderwerp zijn eigen leven gaat leiden. En dan is het altijd maar net de vraag wat er beklijft.

Een mooi voorbeeld kwam van een onderzoek van Carel ten Cate en een collega. Hij analyseerde opnames van een Australische muskuseend die het geluid van een zin na deed. De muskuseend zei: ‘You bloody fool!’ Nou is het interessante hieraan vooral dat eenden helemaal niet bekend staan als vocaal lerende dieren. Niemand heeft ooit een eend zo’n menselijk geluid na horen doen. Enorm bijzonder en natuurlijk ontzettend aantrekkelijk voor heel brede media. Wat denk je dat uiteindelijk bleef hangen? Niet het idee dat eenden geluiden kunnen leren na doen. Nee vooral dat er eend is die vloekt. Wát hij zegt werd veel belangrijker dan dát hij überhaupt zo’n soort geluid maakt.

Nou is het interessante hieraan vooral dat eenden helemaal niet bekend staan als vocaal lerende dieren

Dit gebeurt niet alleen bij onderzoek naar dieren, ook als het over mensen gaat wordt soms een deel van de boodschap steeds belangrijker. Bij een studie naar objectvoorkeur bij dreumesen werd er onderzocht of dreumesen langer naar poppen of voertuigen keken. De uitkomst van dit onderzoek was heel duidelijk: zowel jongens als meisjes keken op die leeftijd voornamelijk naar de poppen. Er leek een duidelijke voorkeur voor gezicht-achtige objecten. Maar daarnaast vonden de onderzoekers ook dat de jongens wel iets vaker naar de voertuigen keken dan de meisjes (maar nog steeds veel minder dan naar de poppen). Je raad het al, uiteindelijk werd er alleen nog maar geschreven dat je bij dreumesen al kunt zien dat jongens auto’s leuk vinden.

Ondertussen hebben we er weddenschappen over. Natuurlijk bereikt lang niet alles wat we doen de media, maar soms wel. En dan proberen we te bedenken wat we zouden willen dat beklijft, en wat we denken dat uiteindelijk over blijft. Bij ons laatste paper, over verschillen in vocale productie tussen papegaaien en spreeuwen, zien we langzaam maar zeker welke kant het op gaat. Spreeuwen kunnen R2D2 nadoen! Dat is natuurlijk ook tof, al is het niet helemaal de boodschap. Als ik heel eerlijk ben, ik ben allang blij dat er iets beklijft.

Michelle Spierings werkt als gedragsbioloog aan het Instituut Biologie Leiden en de universiteit van Wenen aan spraak-, zang- en cognitieontwikkeling van menselijke baby’s, penseelaapjes, parkieten en zebravinken.

Lees nu ook