Welkom extraatje voor dierentuinbezoekers

Deel

De Artistentoonstelling Ode aan het insect imponeert en verwondert met haarscherpe macrofoto’s, maar voelt door beperkte omvang en weinig inhoud ook als een gemiste kans.

Of het nou gaat om de bultige facetogen van de roodkopvuurkever, de knalgele snorharen van de hoornaarroofvlieg of de innige omhelzing van twee dansvliegen: geen detail gaat verloren op de verbluffende en vaak felgekleurde macrofoto’s van Ronald van Weeren. De haarscherpe portretten van de huisfotograaf van Artis zijn sinds vrijdag 17 januari tot het einde van dit jaar te aanschouwen in de tentoonstelling Ode aan het insect in het vlinderpaviljoen van de Amsterdamse dierentuin. Verwonderen doen de foto’s zeker, maar de tentoonstelling lijdt tegelijkertijd aan een beperkte omvang en gebrek aan inhoudelijke informatie.

 

Wie weet bijvoorbeeld dat de derde mystery guest bij de twee dansvliegen eigenlijk een paringsoffer is: het mannetje biedt vlak voor de daad een cadeautje in de vorm van een dode vlieg aan, die het vrouwtje vervolgens tijdens de paring leegzuigt. Ook zal de gemiddelde dierentuinbezoeker zich niet realiseren dat de gigantische en angstaanjagende kaken van de kleine poppenrover, een zwart en in Nederland relatief zeldzaam kevertje, zonder moeite eikenprocessierupsen aan stukken scheurt. En dat is toch best nuttige informatie in een tentoonstelling die verwondering moet oproepen voor een diergroep waar het niet zo goed mee gaat.



INDRUKWEKKEND

Dat neemt niet weg dat de foto’s zonder meer indrukwekkend zijn. Van Weeren vereeuwigde de afgelopen twee jaar honderden geleedpotigen in een zelfgebouwde opstelling, thuis in zijn studeerkamer. De portretten bouwde hij zorgvuldig op uit een reeks van ongeveer honderd macrofoto’s die net op een iets verschillend punt zijn scherp gesteld en daarna zijn samengevoegd. Dat roept ontzag op.

 


 

De groene zandloopkever ( Cicindela campestris ), een van de macrofoto’s van de tentoonstelling in Artis.

 

Toch zal de bezoeker zich afvragen waarom van de honderden gefotografeerde geleedpotigen, er slechts elf foto’s hangen in het enigszins kleine ronde zaaltje tussen de vlindertuin en Californische zeeleeuwen.

 

Toegegeven, op een televisiescherm rouleren nog enkele even indrukwekkende foto’s, maar het voelt toch alsof de tijdsintensieve kiekjes van Van Weeren meer aandacht verdienen. Vooral ook in tekst; er valt in de tentoonstelling meer te lezen over de fotograaf zelf dan over alle tentoongestelde insecten bij elkaar.

 

Wat wel netjes is: bij elk portret staat de Nederlandse, Engelse en wetenschappelijke naam. Ook hangt er een kleine ‘normale’ foto van het insect bij, voor wie de opgeblazen koppen van de monstertjes niet een-tweedrie herkent, maar wellicht wel het gehele exemplaar in uitgezoomde vorm.

 

‘Onbekend maakt onbemind’, valt te lezen op een van de tekstbordjes ter verantwoording van de fotografische ode aan deze ‘prachtige medebewoners van onze leefwereld’. Die liefde voor het insect is inderdaad nodig voor het hoognodige behoud van deze diergroep. Onbemind zullen ze na het zien van de foto’s dan ook zeker niet blijven. Maar nog wel relatief onbekend. Want van het feit dat er achter elk insect een wonderbaarlijk verhaal schuilgaat, maakt de tentoonstelling helaas geen gebruik. Deze gemiste kans maakt het geheel daarom, in combinatie met de beperkte omvang, niet de moeite waard om een dierentuinkaartje voor neer te leggen, maar de foto’s zijn wel een welkom extraatje voor wie toch al de apen, leeuwen en olifanten van Artis kwam bekijken.

 

FOTO: RONALD VAN WEEREN

Lees nu ook