
SOS Dolfijn gaan jaarlijks 25 tot 40 keer op pad om walvisachtigen in nood hulp te bieden. FOTO’S: STICHTING SOS DOLFIJN
Stichting SOS Dolfijn biedt noodhulp aan walvisachtigen die (dreigen te) stranden en zet zich daarnaast in voor onderzoek en educatie om de populaties van deze dieren in de Noordzee zo goed mogelijk te kunnen beschermen.
‘Als er een melding binnenkomt van een aangespoeld dier dat nog in leven is, telt elke seconde’, verzekert Annemarie van den Berg, vanaf 2006 werkzaam bij Stichting SOS Dolfijn en directeur sinds 20201 tijdens een gesprek in februari dit jaar. De twee dolfijnambulances voor de deur staan dan ook dag en nacht paraat en er is een kans dat Van den Berg plots weg moet. ‘We rijden jaarlijks 25 tot 40 keer uit, maar de drukke strandingsperiode is nu aangebroken. ’s Winters hebben bruinvissen vanwege het koude water meer voedsel nodig om hun blubberlaag op peil te houden en de jonkies die vorige zomer zijn geboren moeten dan zelfstandig verder. Dat, samen met soms stormachtig weer, maakt dat we meer aangespoelde walvisachtigen aantreffen in deze tijd van het jaar’, legt ze uit.
Dolfinarium
De tijdelijke opvang van walvisachtigen uit de Noordzee begon bij Dolfinarium Harderwijk. Als in de jaren zestig een bruinvis aanspoelt op het strand van Noord-Holland kijkt iedereen verwachtingsvol richting het dolfinarium, want: daar hebben ze immers soortgelijke beesten. ‘Het dier werd per taxi naar Harderwijk vervoerd’, vertelt Van den Berg. Later verschijnt een speciaal ontworpen opvanggebouw op het terrein van het zeezoogdierenpark. In 2004 worden de rehabilitatiewerkzaamheden ondergebracht onder een aparte stichting: de oprichting van Stichting SOS Dolfijn is zo een feit.
Verwarring
Als in 2016 het samenwerkingscontract met het dolfinarium eindigt, kiest de stichting ervoor om deze niet te verlengen. Van den Berg: ‘We moesten daar weg. Onze doelstellingen en visies kwamen niet meer overeen. De huisvesting in Harderwijk zorgde ook voor verwarring, omdat men dacht dat fondsen ongewild op de grote stapel van het dolfinarium terecht zouden komen.’ Er volgt wat Van den Berg bestempelt als ‘een pittig proces’, waarbij SOS Dolfijn op zoek gaat naar een nieuwe samenwerking en ondanks het gebrek aan een opvanglocatie gedurende bijna vijf jaar toch noodhulp blijft bieden bij strandingen.
‘We moesten daar weg. Onze doelstellingen en visies kwamen niet meer overeen’
Bruinvisontlasting
Zo onderzoeken ze bijvoorbeeld het gehoor van elke bruinvis die teruggaat naar zee. ‘Als een walvisachtige doof wordt kan dat dier niet langer overleven. Vanwege het toenemende antropologische geluid is het waardevol om te weten hoe het eraan toe is met het gehoor van de dieren in onze opvang.’ Daarnaast kijkt het team onder andere hoe lang prooi detecteerbaar blijft in bruinvisontlasting, loopt er onderzoek naar leeftijdsbepaling op basis van röntgenfoto’s en bestuderen onderzoekers of de bruinvissen een elektromagnetisch veld kunnen waarnemen. Ook gedragsstudies zijn volgens Van den Berg een optie. ‘Er hangen al camera’s boven de bassins. We staan bovendien altijd open voor nieuwe onderzoekssamenwerkingen en (biologie)studenten die komen assisteren.’
1Annemarie van den Berg nam 28 juni, op de Dag van het Wad, feestelijk afscheid van SOS Dolfijn.

BEDRIJF: Stichting SOS Dolfijn
PRODUCT: bescherming en behoud van walvisachtigen in de Noordzee
STRUCTUUR: Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI)
LOCATIE: Anna Paulowna
AANTAL MEDEWERKERS: 6 betaalde krachten, 80 relatief vaste vrijwilligers
OPRICHTINGSJAAR: 2004
EXPLOITATIEDEKKING: 2,5 tot 3 ton per jaar, geheel afkomstig uit fondsen en subsidies
WEBSITE: www.sosdolfijn.nl
