Woudreus pompt water probleemloos omhoog

Deel

Onderaanzicht van een zeer hoge boom uit de Dipterocarpaceae-familie. Foto: Palasia Jotan (Czech University of Life Sciences Prague)


Tropische bomen van tientallen meters hoog lijken hun watertransport opvallend goed aan te passen aan hun lengte. Daardoor zijn de hoogste exemplaren niet automatisch kwetsbaarder voor droogte.


Tropische woudreuzen zijn niet automatisch kwetsbaarder voor droogte doordat ze hoger zijn. Bomen uit de familie Dipterocarpaceae, de hoogste bedektzadige bomen ter wereld en dominant in Zuidoost-Aziatische regenwouden, passen hun watertransport zodanig aan dat ook hun hoogste bladeren goed van water voorzien blijven. Zelfs tijdens een zware El Niño-droogte blijken hoge bomen niet sterker in groei achteruit te gaan dan kleinere soortgenoten, schrijft een internationale groep botanici op 2 juli in Science.


Dat is relevant omdat juist de grootste bomen een buitenproportionele rol spelen in bossen. De hoogste 1 procent van de bomen bevat meer dan de helft van de bovengrondse koolstof in bosecosystemen. Toch gaan veel studies en modellen ervan uit dat zulke bomen extra kwetsbaar zijn voor droogte. Water moet immers een langere weg afleggen van wortel naar blad, terwijl zwaartekracht het voor bladeren hoog in de kroon moeilijker maakt om water vast te houden.


De onderzoekers testten die aanname bij 38 bomen van vijf soorten, variërend van 7,7 tot 71 meter hoog. Op verschillende hoogtes in de kroon en onderaan de stam maten ze onder meer de breedte van houtvaten, de waterspanning in bladeren en de gevoeligheid voor embolisme: gasbelletjes die de waterstroom in houtvaten kunnen blokkeren.

Palasiah Jotan, eerste auteur van de studie, meet met een drukkamer de waterpotentiaal van bladeren vóór zonsopkomst, wanneer de bomen goed gehydrateerd zijn, in het Kabili-Sepilok Forest Reserve, Sabah, Maleisië. Foto: Palasia Jotan (Czech University of Life Sciences Prague)


Voor zo’n hoogteprobleem vonden de onderzoekers geen aanwijzingen: de bomen bleken hun houtvaten mee te schalen met hun lengte. Bij een boom van 70 meter waren de houtvaten onderaan de stam gemiddeld 2,2 keer zo breed als bij een boom van 10 meter. Ook richting stam nam de vatdiameter voldoende toe om de extra weerstand door langere transportbanen waarschijnlijk te compenseren.


Zwaartekracht had wel effect: bladeren hoog in de kroon stonden sterker onder waterspanning. Maar die bladeren konden daar ook beter tegen, waarschijnlijk door osmotische aanpassingen waardoor ze ook bij lagere waterpotentiaal blijven functioneren. De gevoeligheid van hout voor embolisme nam bovendien niet toe met boomhoogte.


Ook tijdens de El Niño-droogte van december 2023 tot mei 2024 zagen de onderzoekers geen extra nadeel voor de hoogste bomen. In die periode viel 35 procent minder regen dan gemiddeld. In de herstelfase lag de gemiddelde diktegroei 22,3 procent lager, maar opnieuw zonder verband met hoogte.


Daarmee ondergraaft de studie het idee dat hoogte op zichzelf het watertransport van tropische woudreuzen kwetsbaarder maakt.

Uitzicht vanaf een heuvel over laaglandregenwoud in het Kabili-Sepilok Forest Reserve, Sabah, Maleisië. De hoogste bomen op de achtergrond zijn dipterocarpen van meer dan 65 meter hoog. Foto: Arne Scheire (University Exeter)

Lees nu ook