Word lid

Xenotransplantatie stemt optimistisch

Deel

Credit: Akram Huseyn / Unsplash

Xenotransplantatie – het transplanteren van dierlijke organen in mensen – is bezig met een gestage opmars. Er is reden voor optimisme, stelt transplantatiechirurg Ian Alwayn, want wachtlijsten voor donororganen vormen een hardnekkig probleem. 


Toen ik eind jaren negentig in de Verenigde Staten promotieonderzoek deed naar xenotransplantatie waren de uitdagingen immens. Afstoting was nog een groot probleem en er was onvoldoende kennis van de infectierisico’s, vooral van endogene retrovirussen. Het was niet helemaal duidelijk of die varkensvirussen na transplantatie de mens zouden infecteren. 


Dat risico was een van de redenen dat er in Nederland in 2001 een verbod kwam op klinische toepassing van xenotransplantatie, laboratoriumexperimenten bleven wel mogelijk. Daardoor verminderde de interesse bij veel wetenschappers, ook bij mij. Elders zijn onderzoekers wel doorgegaan, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, China en Duitsland. Vooral door genoomredigeren met crispr-cas is het vakgebied in een stroomversnelling geraakt. Het is eenvoudiger geworden om retrovirussen in het erfelijk materiaal van varkens uit te schakelen of genen die afstoting verminderen toe te voegen. 


Stap voor stap zijn er de afgelopen jaren proeven gedaan, in eerste instantie bij mensen die hersendood waren verklaard. Daar werd een varkensnier bij geplaatst en werd een aantal dagen gekeken naar tekenen van afstoting. Vervolgens zijn er in de Verenigde Staten op kleine schaal klinische xenotransplantaties uitgevoerd. 


Record
Inmiddels heeft de Amerikaanse Food and Drug Administration goedkeuring gegeven aan grootschaliger klinisch onderzoek. Het record voor een getransplanteerde varkensnier ligt inmiddels op ongeveer negen maanden. In China heeft een patiënt iets korter met een varkensnier geleefd. Dat is natuurlijk groot nieuws en het stemt optimistisch over de kansen van deze technologie.


Met elke xenotransplantatie krijgen onderzoekers en transplantatie-artsen nieuwe inzichten. Het streven is een varkensnier die net zo lang functioneert als een menselijke donornier. Het doel is niet om xenotransplantatie als overbrugging in te zetten, maar als destination therapy


Telkens als er nieuws verschijnt over xenotransplantatie, zijn er patiënten die bij ons in het ziekenhuis vragen: wanneer kan ik zo’n orgaan ontvangen? Sommige patiënten zijn radeloos, omdat ze al jaren op een wachtlijst staan. Hun kwaliteit van leven wordt negatief beïnvloed door orgaanfalen. Er is een groot aantal patiënten dat wij niet kunnen helpen met het huidige systeem: 10 à 20 procent overlijdt terwijl ze op de wachtlijst staan.   


Donorwet
De nieuwe donorwet en perfusietechnologie heeft het aanbod van organen verruimd en we maken meer en meer gebruik van levende donatie. Maar toch zal de schaarste aan donororganen daardoor niet verdwijnen. Op dit moment is xenotransplantatie het enige alternatief wat op korte termijn zou kunnen leiden tot vermindering van sterfte op een wachtlijst.


Daarom hebben we vanuit de Nederlandse Transplantatievereniging een landelijke Werkgroep Xenotransplantatie opgericht met chirurgen, immunologen, medisch-ethici, infectiologen en andere specialisten. We volgen de ontwikkelingen nauwlettend, met als doel om Nederland voor te bereiden op een mogelijke introductie van xenotransplantatie. Over een aantal jaar zou iemand die getransplanteerd is in de Verenigde Staten naar Nederland kunnen reizen. Als zo’n patiënt hier in de medische problemen raakt, wat kun je daaraan doen? 


Europees
We zijn als werkgroep in gesprek met het ministerie van VWS om te zien wat er nodig zou zijn op termijn om xenotransplantatie mogelijk te maken, want het is nu bij wet verboden. Daar is een heel traject met allerlei instanties – zoals CCMO, Tweede en Eerste Kamer – voor nodig dat uiteindelijk moet leiden tot een algemene maatregel van bestuur. Ook op Europees niveau moet er meer duidelijkheid komen: onder welke wetgeving gaan genetisch gemodificeerde varkensorganen vallen?


Als xenotransplantatie in Nederland wordt toegestaan, dan zal het dus niet over één nacht ijs gaan. Er zal ongetwijfeld ook discussie worden gevoerd. Dierenactivisten zullen begrijpelijk tegen zijn en waarschijnlijk nooit van mening veranderen. Maar er zijn ook heel veel patiënten die hier wel voor openstaan. Daar moeten we een balans in vinden. 


Het is geenszins zo dat ik xenotransplantatie er doorheen wil drukken. Als er diervrije alternatieven zijn die net zo goed werken, dan heeft dat ook mijn voorkeur. Maar we moeten de komst van deze xenotransplantatie ondertussen zorgvuldig voorbereiden. Zodat we, als het eenmaal zover is, het ook onze patiënten kunnen aanbieden.


Over de auteur
Ian Alwayn (1968) is hoogleraar transplantatiechirurgie in het Leids Universitair Medisch Centrum en voorzitter van de Nederlandse Werkgroep Xenotransplantatie.

Lees nu ook