Zeldzame dna-mutatie verhoogt longkankerrisico bij niet-rokers enorm

Deel

Microscopische opname van niet-kleincellige longkanker (NSCLC), de meest voorkomende hoofdgroep van longkanker. Het afgebeelde tumorweefsel staat los van de beschreven studie naar de erfelijke EGFR-mutatie. Beeld: Wikimedia Commons/Librepath


Een zeer zeldzame erfelijke mutatie verhoogt het risico op longkanker sterk, vooral bij niet-rokers. Vermoedelijk brachten Europese kolonisten de mutatievariant naar Amerika.


Een Amerikaans onderzoeksteam laat in Science van 17 september zien dat een uiterst zeldzame erfelijke mutatie het risico op longkanker sterk verhoogt, vooral bij mensen die nooit hebben gerookt. Hoewel het aantal gevallen van longkanker dat verband houdt met roken wereldwijd afneemt, vormt deze vorm van kanker bij mensen die nooit hebben gerookt juist een steeds vaker voorkomend wereldwijd gezondheidsprobleem. Desondanks is er nog maar weinig bekend over de genetische mechanismen die bij deze personen aan de ziekte ten grondslag liggen.


Dodelijk
Het gaat hierbij om een erfelijke mutatie van het EGFR-gen: een veelal met kanker geassocieerd gen dat codeert voor een enzym dat doorgaans normale celgroei bevordert, maar door een enkele mutatie kan zorgen voor ongecontroleerde celdeling en kanker. Bijna alle in longkankerweefsel vastgestelde EGFR-mutaties zijn dodelijk in het embryonale stadium. Dragers van één van de mutatievarianten kunnen daarentegen een hoge leeftijd bereiken zonder longkanker te ontwikkelen. Opmerkelijk genoeg kan die mutatie bovendien bijdragen aan resistentie tegen doelgerichte antikankertherapie.


Om het verband tussen de specifieke EGFR-mutatie en longkanker op populatieniveau te onderzoeken, analyseerden de auteurs de genetische gegevens van ruim drie miljoen mensen. Ze stellen op basis daarvan vast dat dragers van de mutatie gemiddeld ongeveer 25 keer zoveel risico lopen op longkanker. Onder niet-rokende dragers is het ziekterisico zelfs 62 keer zo groot. Ter vergelijking: roken gaat aldus het onderzoek gepaard met een ongeveer viervoudige toename van het risico op longkanker.


Koloniale tijdperk
De zeldzame dna-mutatie houdt geen significant verband met andere vormen van kanker of aandoeningen aan de luchtwegen, blijkt uit de studie. Daarnaast constateren de auteurs dat dragers onevenredig vaak voorkomen in de zuidelijke Appalachen in de Verenigde Staten, met name in de staten Tennessee en Alabama. De analyse suggereert dat de mutatie in Europa is ontstaan ​​en tijdens het koloniale tijdperk door Britse en Ierse kolonisten naar de zuidelijke Appalachen zou zijn gebracht. Dat de mutatie zich heeft weten te verspreiden – ondanks het feit dat deze het risico op longkanker aanzienlijk verhoogt – komt waarschijnlijk door het zogenoemde ‘stichter-effect’, waarbij een kleine groep geïsoleerde individuen de genetische samenstelling van een nieuwe populatie bepaalt.

Lees nu ook