‘Zelfs vogelbolwerken zijn niet meer veilig’

Deel

Een baltsende waaierhoen (Centrocercus urophasianus), die nu nog in grote populaties leeft in Wyoming. Foto: Andrew Spencer, Cornell Lab of Ornithology   Noord-Amerikaanse vogels verdwijnen het snelst op plaatsen waar ze het talrijkst voorkomen. ‘Onze meest verontrustende bevinding is dat voor de overgrote meerderheid van de soorten de sterkste afname plaatsvindt in gebieden waar de populaties het talrijkst waren’, stellen onderzoekers van Cornell Lab of Ornithology en University of St Andrews, die gedetailleerde populatietrends maakten voor 495 vogelsoorten in Noord-Amerika, Midden-Amerika en het Caribisch gebied (Science, 2 mei). Trends die zij baseren op 36 miljoen vogelwaarnemingen met de populaire vogelapp eBird over de periode 2007-2021.
Deze door burgers ingezamelde data maken het mogelijk veranderingen in vogelwaarnemingen in hoge ruimtelijke resolutie en met hoge statistische betrouwbaarheid te analyseren. Door gebruik te maken van een gespecialiseerd machinelearningmodel zijn volgens de onderzoekers de daadwerkelijke verschuivingen in vogelpopulaties te onderscheiden van verschillen in waarnemersgedrag. Er is weliswaar sprake van een complexe lappendeken aan lokale populatiedynamiek, waarbij vrijwel elke soort (97 procent) zowel winst als verlies laat zien, afhankelijk van de locatie binnen zijn verspreidingsgebied. Toch neemt bij maar liefst 83 procent van de vogelsoorten de populatie het snelst af op plaatsen waar ze het talrijkst zijn. Dit suggereert volgens de onderzoekers dat ‘zelfs de bolwerken van vogelpopulaties niet langer veilig zijn’. Dit lijkt in overeenstemming met eerder gevonden trends dat 75 procent van de vogelsoorten binnen hun verspreidingsgebied afneemt en Noord-Amerika sinds 1970 al 3 miljard vogels – 25 procent van alle broedvogels – is kwijtgeraakt (Science, 2019).
De afname is vooral ernstig bij vogels die broeden in graslanden en droge gebieden. De analyses suggereren dat de teruggang ook nauwer verbonden is met de lokale populatie dan met de geografische positie binnen het verspreidingsgebied van een soort. Dit wijst erop dat ecologische stress, als gevolg van klimaatverandering en habitatverlies, de belangrijkste oorzaak is van de afname. Zo is een significante negatieve associatie gevonden tussen veranderingssnelheden in lokale populatie en de omvang (abundantie) van die populatie. De bergsapspecht (Sphyrapicus thyroideus) is een van de soorten die zo’n sterke afname laat zien in zijn resterende bolwerken. Deze middelgrote specht wordt nu al als bedreigd of kwetsbaar beschouwd in meer dan de helft van de staten of provincies waar hij als broedvogel voorkomt. De geelbekkoekoek (Coccyzus americanus) is juist een uitzonderlijk voorbeeld van de 17 procent soorten die het goed doen in gebieden waar ze al veel voorkwamen.
Foto: Andrew Spencer, Cornell Lab of Ornithology

Lees nu ook