
In 2026 werden al bijna een half miljoen vogels op pluimveehouderijen geruimd vanwege vogelgriep. In januari werden er voor het eerst afweerstoffen gevonden bij een koe. Hoe kijken experts naar het vogelgriepbeleid?
Kees de Jong, voorzitter vakgroep pluimveehouderij bij LTO Nederland en branchevereniging Avined
‘Het vogelgriepbeleid was gebaseerd op de opgedane ervaringen rond de eerste uitbraak van 2003. Toen werden we overrompeld, ik vergelijk het soms met de eerste coronamaanden. Tot drie jaar geleden werden daarom alle dieren binnen één kilometer van een besmet bedrijf preventief geruimd. Sindsdien hebben we veel bijgeleerd en handelen we snel en effectief. Daarbij heb ik alleen maar complimenten voor onze overheid en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
‘Elke Nederlandse pluimveehouder is verplicht het te melden als dieren minder eten of drinken of wanneer er meer uitval is. Dan komt de dierenarts, gaat het bedrijf zo nodig op slot en worden monsters geanalyseerd bij het nationale referentielab van de Wageningen Universiteit. Zo blussen we een uitbraak al als er een klein brandje is en kunnen die niet meer de omvang van 2003 bereiken. We zien de afgelopen jaren ook geen haarden door besmettingen tussen bedrijven meer: uitbraken poppen verspreid in het land op. Sinds oktober waren er ongeveer vijftig uitbraken, vooral bij bedrijven met leghennen, en als tweede bij de hobbyhouders. Het aantal dieren per bedrijf speelt dus geen rol in de kans op besmetting.
‘We moeten ermee leren leven; het virus gaat niet meer weg. Daarom werken we volop aan vaccinatie. Dat moet technisch uitvoerbaar zijn en er moet draagvlak en vertrouwen zijn. Omdat we opfokken en verkopen in het buitenland, hebben we een leidende rol om andere landen van vaccinatie te overtuigen. We werken hierin samen met het ministerie en handelsdelegaties.
‘Daarnaast moeten we scherp blijven op bioveiligheid: bezoekers laten douchen, kleding wisselen, vrachtwagens ontsmetten. Het is moeilijk te meten hoe goed dit wordt uitgevoerd: sommige pluimveehouders zijn heel secuur, anderen verslappen wat als een uitbraak even geleden is. Wel zien we een hoge meldingsbereidheid: de helft van de meldingen blijkt geen vogelgriep. Ik denk dat we als branche onze verantwoordelijkheid nemen en zoveel mogelijk doen.’
Thijs Kuiken, hoogleraar comparative pathology bij het Erasmus MC en vogelgriepexpert
‘Wat betreft pluimvee zijn mijn beleidsaanbevelingen al jaren hetzelfde. Op de korte termijn moeten de bioveiligheidsmaatregelen beter. Uit onderzoek weten we dat de hygiënemaatregelen op pluimveebedrijven nog niet genoeg worden nageleefd.
‘Er is nu een commercieel beschikbaar vaccin dat grotendeels beschermt tegen de ziekmakende vorm van vogelgriep en ook de uitscheiding van het virus substantieel vermindert. Afgelopen herfst is een pilotonderzoek afgesloten naar het gebruik van het vaccin op een Nederlands legkippenbedrijf, we wachten nog op de resultaten. Door de Nederlandse overheid wordt nu ook gepleit bij landen buiten Europa, die bepaalde Nederlandse pluimveeproducten importeren, om geen handelsbarrière op te werpen als wij zouden vaccineren. Dat argument zet geld vóór het welzijn van de dieren – daarin verschil ik principieel van mening.
‘In 2021 droeg ik als expertgroeplid bij aan het rapport van de commissie-Bekedam, waarin we aanbevelingen deden om de kans op zoönosen in Nederland te verminderen. Voor pluimvee zijn kleinere bedrijven, een grotere afstand tussen de bedrijven en het voorkomen van vestiging in watervogelrijke gebieden belangrijk. Bedrijven aldaar krijgen vaker te maken met besmetting. Ik heb niets gezien wat er op wijst dat de overheid iets met deze aanbevelingen is gaan doen.
‘Ik pleit er ook voor dat we levende wilde vogels meer en constanter moeten monitoren. Hiervoor moet structureel financiering komen. De EFSA, de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, onderstreepte het ook in haar meest recente rapport. Op dit moment monitoren we al dode vogels, maar naarmate het virus langer circuleert kan het muteren en zal een deel van de vogels immuun worden. Zo zagen we de afgelopen maanden geen buitengewone sterfte bij wilde eenden, maar bleek wel een hoog percentage besmet met vogelgriep.
‘Nu er voor het eerst vogelgriepafweerstoffen zijn gevonden in een koe in Nederland pleit ik ook voor een systematische surveillance bij melkvee. Dit kan worden toegevoegd aan de standaardtesten die nu vóór pasteurisatie worden uitgevoerd.’
