
Een recente publicatie in Trends in Plant Science (2025) spreekt van een wereldwijd tekort aan planttaxonomen, ook in Nederland. Is het gemis aan taxonomische kennis een punt?
Heeft Nederland een tekort aan planttaxonomen?
‘Het gebrek aan planttaxonomen – experts die op basis van specifieke eigenschappen plantensoorten identificeren en structureel indelen – is een feit, in Nederland en daarbuiten’, stelt systeembioloog Eric Schranz van Wageningen University & Research. ‘Het aantal taxonomen neemt wereldwijd al jarenlang af. Hoeveel taxonomen Nederland precies telt weet ik niet te zeggen, maar het zou me niet verbazen als het er inderdaad minder zijn dan tien, zoals de auteurs in Trends in Plant Science beweren. Uiteraard hangt dat getal ook sterk af van hoe nauw men de term ‘taxonoom’ definieert.’
Waarom zijn experts op dit gebied schaars?
Hoewel het artikel stelt dat te weinig gestructureerde training en mentorschap voor jonge taxonomen veelal de basis vormen van het probleem, herkent Schranz dit binnen Nederland niet. ‘Hier hebben we de luxe dat we over alle middelen beschikken. In Wageningen leren alle eerstejaars biologiestudenten inheemse planten en insecten identificeren. Later kunnen ze kiezen voor een buitenlandse veldcursus waar biodiversiteitsherkenning centraal staat en voor een gevorderd vak waarbij ze leren hoe ze fylogenetische bomen opstellen. Ik weet van sommige andere Nederlandse universiteiten dat de basis van taxonomie ook deel is van het studieprogramma’, vertelt hij. Schranz duidt wetenschappelijke financiering aan als mogelijke oorzaak van het planttaxonomentekort; de wijze waarop publicaties in het ene vakgebied naar voren – en in het andere juist opzij worden geschoven. Vanwege de fundamentele aard van taxonomie is het volgens hem lastig concurreren om beurzen met andere takken van biologie.
Zijn taxonomen eigenlijk nog wel van deze tijd?
Hoewel de academische wereld tegenwoordig minder waarde hangt aan taxonomie als losstaande discipline, zijn de kernvaardigheden van het vakgebied aldus Schranz absoluut nog relevant. Het mogelijk stoffige imago is volgens hem onterecht. Ook in zijn eigen onderzoeksprojecten, waarin het team bijvoorbeeld complexe genera uitpluist om de teelt van een bepaald gewas dat tot dat genus behoort te verbeteren, staat nauwe samenwerking met een taxonoom nog altijd centraal. ‘Niet zomaar taxonomie omwille van de taxonomie zelf, maar als middel om grootschaligere vragen te beantwoorden’, zegt hij erover.
Kan technologie taxonomische kennis vervangen?
‘Dat kan’, vermoedt Schranz, ‘als we dat willen.’ Tot op zekere hoogte gebeurt dat al. AI-beeldherkenning kan soorten veelal juist identificeren op basis van patronen in morfologie en dna-analyses kunnen cryptische soorten onthullen en verschillend uitziende plantstadia aan elkaar koppelen. Maar momenteel zijn nieuwe soorten of afwijkende exemplaren lastig te verwerken voor AI, en dna-onderzoek maakt niet automatisch onderscheid tussen soort en ondersoort. Schranz: ‘Taxonomen maken oordeelsbeslissingen, gebaseerd op kleine variaties en details, zoals minuscule reproductieve structuren. Dat is enorm waardevol. Wanneer we met aandacht sorteren en organiseren, verdiept dat bovendien de band tussen ons en de natuur om ons heen. Dat zorgt voor een diepere waardering, veel meer dan wanneer we even snel een foto maken met een app op onze telefoon.’
Hoe wordt planttaxonomie weer hot?
In Nederland ontbreekt het niet aan enthousiasme voor soortherkenning, te blijken uit de enorme hoeveel waarnemingen die via burgerwetenschapsplatformen jaarlijks binnenkomen. ‘Nederland is wat dat betreft echt uniek: wanneer er een nieuwe dier- of plantensoort verschijnt, verspreidt dat nieuws zich als een lopend vuurtje’, vertelt Schranz. ‘Veel taxonomen hebben daarbij al sinds kinds af aan een enorme passie voor een bepaalde soortgroep’, gaat hij verder. ‘Dat zie ik ook terug bij huidige studenten, maar de banen liggen nu eenmaal niet voor het oprapen. Taxonomie als gereedschapskist om zwaarwegende vraagstukken te beantwoorden, is denk ik de oplossing. De grote namen in de planttaxonomie zijn werkelijk onvervangbaar, maar zo kunnen er hopelijk toegewijde biologen in hun voetsporen treden wanneer zij ongelukkigerwijs weg komen te vallen.’

