
Wie deze zomer een zwemplas bezoekt, kan zomaar op een bordje ‘gesloten wegens blauwalg’ stuiten. Hoe komt dat, en neemt dit fenomeen toe?
Waarom is blauwalg vervelend?
‘Ik wil graag een lans breken voor blauwalg’, stelt hoogleraar aquatische microbiële ecologie Jef Huisman van de Universiteit van Amsterdam. ‘Blauwalgen, of beter gezegd cyanobacteriën, leven al miljarden jaren in onze wateren en zorgden lang geleden voor de zuurstof in onze atmosfeer; daarvoor vangen ze zonlicht en CO2 in – ook nu erg nuttig. Ook zijn ze een belangrijke voedselbron voor vele andere soorten. Lokaal veroorzaken ze alleen wel problemen’, aldus Huisman.
Neemt blauwalg sterk toe, dan heeft het ecosysteem daar last van. ‘Overdag, met zon, produceren cyanobacteriën zuurstof, maar ’s nachts onttrekken ze juist zuurstof uit het water. Een zuurstoftekort kan bijvoorbeeld voor vissen snel fataal zijn’, licht Huisman toe. ‘Daarnaast maken sommige soorten gifstoffen.’ Dat laatste is niet alleen vervelend voor dierlijk leven, maar zorgt ook voor ’s zomerse zwemverboden in recreatieplassen.
Wat hebben cyanobacteriën zelf aan die gifstoffen?
Hoewel gifstoffen bij blauwalg in de loop van de evolutie waarschijnlijk zijn doorontwikkeld in een wapenwedloop met predatoren, is dat niet de oorsprong. ‘De genen voor die gifstoffen zijn ouder dan het bestaan van meercellig leven. Begrazers van cyanobacteriën bestonden destijds nog niet’, legt Huisman uit. ‘Mogelijk hadden die stoffen van oorsprong een rol in celmetabolisme. Van microcystine weten we bijvoorbeeld dat het aan eiwitten bindt en de vouwstructuur beïnvloedt.’
Ondertussen hebben die stoffen wel nare bijwerkingen voor ander leven. ‘Sommige gifstoffen zorgen voor verlammingsverschijnselen, andere geven alleen jeuk. De giftigheid van blauwalgen varieert van locatie tot locatie en zelfs van maand tot maand; de ene stam van dezelfde soort kan giftiger zijn dan de ander. Welke stam wanneer dominant wordt, begrijpen we nog niet goed’, aldus Huisman.
Welke factoren veroorzaken blauwalgbloei?
Problemen ontstaan bij bloei: een massale toename van cyanobacteriën. Dat zwemplasrecreanten daar tegenaan lopen is niet gek: veel soorten doen het relatief goed bij zomerse temperaturen. ‘Daarnaast reageren bijna alle cyanobacteriën goed op voedingsstoffen als stikstof en fosfaat: dat is in feite bemesting’, stelt Huisman. ‘Ook profiteren sommige soorten van stilstaand water. Die hebben een gasblaasje om omhoog te drijven, zodat ze veel zonlicht kunnen vangen. Dit effect wordt versterkt bij warm weer. Het water mengt minder goed als de bovenlaag opwarmt, en omhoogdrijven is dan nog makkelijker. Ook de toename van CO2 is een vorm van bemesting waar veel blauwalgen van profiteren (Nature Reviews Microbiology, 2018).’
Neemt deze bloei toe?
‘Dat is wel de verwachting’, zegt Huisman. ‘In sedimenten van meren zien we een relatieve toename van blauwalg vanaf de intensivering van landbouw, rond de jaren vijftig en zestig – waarschijnlijk vanwege de toename van meststoffen die in water belanden. Van de laatste twintig jaar hebben we ook satellietdata; ook hiermee zien we wereldwijd een toename. In Nederland hebben we bovendien een verband gevonden tussen hoge zomertemperatuur en meer zwemplassen die sluiten vanwege blauwalg. Die temperatuur zal door klimaatverandering gaan oplopen.’
Valt blauwalgbloei te voorkomen of verhelpen?
‘Er zijn noodoplossingen’, weet Huisman. ‘In het Nieuwe Meer in Amsterdam staat bijvoorbeeld een installatie die het water continu mengt, zodat de blauwalgen niet van hun drijfvermogen kunnen profiteren. Sinds dat aanstaat is er geen overlast meer. Een andere maatregel is waterstofperoxide toevoegen. Daar is blauwalg relatief gevoelig voor, ze missen enzymen om zich hiertegen te verdedigen. Waterstofperoxide wordt wel snel afgebroken, dus het effect is tijdelijk. Ook kun je voedingsstoffen terugdringen door fosfaat weg te vangen met klei. Zulke maatregelen zijn wel erg kostbaar, en het is symptoombestrijding. Om de wortel van het probleem aan te pakken moet je minder bemesten. En op wereldschaal: klimaatverandering terugdringen.’

