Word lid

Als moleculen ‘willen’ bewegen

Deel

Voorkant van het eindverslag van het vakdidactisch ontwerponderzoek van Quincy Silanoe.


Moleculen die ‘willen’, water dat ‘ergens naartoe wil’: wie in de klas over diffusie en osmose praat, stuit al snel op hardnekkige denkbeelden. Een vakdidactisch onderzoek laat zien hoe die misconcepties te doorbreken zijn.


‘Water wil naar zout toe.’ Het klinkt logisch, maar biologisch klopt het niet. Toch is dit precies hoe veel 4-havo-leerlingen osmose uitleggen, merkte Quincy Silanoe tijdens haar stage op het Minkema College in Woerden. ‘En bij evenwicht denken ze dat alles stopt. Alsof moleculen even pauze nemen.’


Struikelblokken
Die hardnekkige ideeën vormden het startpunt voor haar vakdidactisch ontwerponderzoek aan de lerarenopleiding van de Universiteit Utrecht, waar studenten in hun afstudeerfase een interventie in hun eigen lespraktijk ontwikkelen en evalueren. Diffusie en osmose zijn beruchte struikelblokken in de bovenbouw: abstract en lastig te koppelen aan wat leerlingen wél kunnen waarnemen. ‘Je ziet die moleculen niet willekeurig bewegen. Dus vullen leerlingen het zelf in.’


Drie stations
In haar onderzoek nam Silanoe haar leerlingen mee op een ‘reis langs drie stations’. Eerst de basis: tekst, figuren en schema’s uit het boek. Daarna volgden animaties, simulaties en een uitbeeldpracticum waarin leerlingen zelf deeltjesbeweging naspelen. Tot slot twee practica – een krimpende champignon en plasmolyse in rode-ui-cellen – om de stap van micro naar macro te maken.


Voor en na de interventie legde ze tweetrapsmeerkeuzevragen voor. Het percentage correcte antwoorden steeg van 28 naar 87 procent. Vooral na het tweede station nam het aantal misconcepties sterk af. ‘In die animaties zien ze dat moleculen bij evenwicht gewoon blijven bewegen. Dat maakt het ineens tastbaar.’


Toch bleek niet alles eenvoudig te corrigeren. Veel leerlingen blijven redeneren vanuit zout of suiker in plaats van vanuit waterconcentratie. ‘Water wordt gezien als iets passiefs, een soort drager. Dat is hardnekkig.’


Micro-macro-koppeling
Opvallend vond Silanoe dat het practicum op zichzelf niet automatisch tot dieper begrip leidde. ‘Je moet als docent echt bovenop die micro-macro-koppeling zitten, met gerichte denkvragen.’ Leerlingen gaven achteraf aan dat ‘de kwartjes pas vielen’ toen verschillende werkvormen samenkwamen. 


De extra tijd die zo’n aanpak kost, ziet Silanoe als investering. ‘Als je dit aan het begin van de bovenbouw één keer goed aanpakt, hoef je er later minder op terug te komen.’ Diffusie en osmose blijken daarmee niet alleen biologische kernconcepten, maar ook een les in didactiek: wie misconcepties zichtbaar maakt, kan ze ook daadwerkelijk doorbreken. 


Geïnteresseerd in het lesmateriaal gebaseerd op dit onderzoek? Kijk op: tinyurl.com/osmosereis

Lees nu ook