Witgestreepte dolfijnen (Lagenorhynchus obliquidens) bij Canada. Genverlies bij hun voorhouders hielp bij de overgang van land naar zee. Foto ImageSelect.


De voorouders van walvissen en dolfijnen konden de onderwaterwereld succesvol betreden door het verlies van genen.

 

Het verlies van genen droeg bij aan de transitie van land naar water bij zeezoogdieren. Het genverlies bevorderde het onderwaterleven van Cetacea, de orde waartoe dolfijnen en walvissen behoren. Duitse, Zwitserse en Amerikaanse onderzoekers vonden 85 genen die actief bijdroegen aan een succesvol leven onder water (Science Advances, 25 september). De resultaten tonen volgens hen aan dat genverlies niet alleen een gevolg hoeft te zijn van selectie van genen met een overbodige functie.

 

Verandering
Het verlies van de gevonden genen zorgde op verschillende plekken in het lichaam voor verandering. Zo vonden de onderzoekers een gen verantwoordelijk voor de aanmaak van speeksel; in de waterige omgeving hadden de dieren dit niet meer nodig. Ook bleken longgerelateerde genen gemuteerd, wat tijdens diepe duiken hielp bij het inklappen van de longen. Verder gingen de nieren minder zout opnemen, veranderde het immuunsysteem en werd het mogelijk om te slapen met één actieve hersenhelft. Door dat laatste konden de dieren ook tijdens slaap naar het wateroppervlak om te ademen.

 

Vergelijken
De aanpassingen zijn gevonden door genen te vergelijken met die van verwante landzoogdieren van de Cetacea, zoals het nijlpaard. Ook vergeleken de onderzoekers de genfunctie voor en na een mutatie. Zo keken ze bijvoorbeeld naar geninactivatie door veranderingen van één dna-base, zoals verdwijning of aanpassing van de base. Ook grotere genmutaties zijn in acht genomen.