Een Anolis carolinensis klampt zich met behulp van zijn teenkussentjes vast aan een tak tijdens een gesimuleerde storm.

 

Goed kunnen vastklampen tijdens een storm is voor hagedissen belangrijk genoeg om selectiedruk te veroorzaken.

 

Hagedispopulaties die veel orkanen te verduren krijgen, ontwikkelen grotere kussentjes bij hun tenen (PNAS, 27 april). Daardoor kunnen ze zich tijdens heftige weersomstandigheden beter vastklampen aan vegetatie en zo de storm doorstaan. 

 

Nadat orkanen Irma en Maria in 2017 over de Cariben waren geraasd, viel het Amerikaanse onderzoekers op dat de overlevende exemplaren van twee eilandpopulaties van Anolis scriptus relatief grote teenkussentjes hadden. Toen de onderzoekers twee jaar later de volgende generatie bekeken, bleken ook die hagedissen zulke grote kussentjes te hebben. De eigenschap is dus kennelijk erfelijk. Toch lijkt het gek dat een weinig voorkomende gebeurtenis als een orkaan genoeg selectiedruk kan uitoefenen op de grootte van de teenkussentjes.

 

Daarom besloten de onderzoekers hun hypothese nogmaals te toetsen. Eerst voor de Anolis sagrei, een verwante soort die op twaalf eilanden leeft. Het aantal orkanen dat op een eiland voorkomt blijkt de grootte van de teenkussentjes goed te kunnen voorspellen. Vervolgens maten de onderzoekers de teenkussentjes van 188 verschillende soorten Anolis-hagedissen in Midden- en Zuid-Amerika. Soorten uit gebieden waar veel orkanen voorkomen bleken relatief grote teenkussentjes te hebben, een effect dat de onderzoekers niet door andere variabelen konden verklaren.

 

Teenkussengrootte is overigens niet de enige eigenschap die het vermogen van hagedissen om zich vast te klampen beïnvloedt; vervolgonderzoek kan zich onder andere richten op de vorm van klauwen en poten.