Een sponzentuin groeit op een drieduizend jaar oude gemeenschap van baardwormen op de zeebodem bij de Noordpool.

 

Fossiele resten van baardwormen blijken voldoende voedingsstoffen te bieden voor een grote sponzengemeenschap onder het Noordpoolijs.

 

Onder het zee-ijs van de Noordpool ligt een grote gemeenschap van sponzen verborgen. De donkere zeebodem lijkt niet direct een logische plek voor een florerend ecosysteem, maar de sponzen hebben een handige oplossing om hier in leven te blijven. Ze voeden zich met de fossiele overblijfselen van baardwormen. Dat schrijven Duitse, Nederlandse en Noorse biologen 8 februari in Nature Communications.

 

De ‘sponzentuin’ bevindt zich bij de Langseth Ridge, een keten van drie onderwatervulkanen die op dit moment inactief zijn. Toen deze vulkanen nog wel actief waren, was het een gebied vol hydrothermale bronnen en ontsnapten er gassen en daarmee voedingsstoffen uit de bodem. De overblijfselen van het ecosysteem dat destijds kon ontstaan vormen nu de basis van de sponzengemeenschap.

 

Van gasoprispingen lijkt nu geen sprake, en ook het type microben dat hier gebruik van kan maken vonden onderzoekers nu niet. Ook de hoeveelheid koolstof die de zeebodem via stroming bereikt is veel te laag om aan de vraag van alle sponzen te voldoen. De meest logische voedselbron lijkt dan de resten van dode baardwormen. Analyse van sponsweefsels bevestigt dat idee: koolstof- en stikstofisotopen in sponsweefsel komen het meest overeen met die van de fossiele baardwormen. De sponzen blijken bovendien microben te huisvesten die de juiste genen bezitten om het oude organische materiaal om te zetten in voedingsstoffen voor hun gastheer.



Baggerzak
De onderzoekers komen de sponzen op het spoor met een zogeheten Ocean Floor Observation Bathymetry System, een systeem dat is uitgerust met camera’s en sonar en over de zeebodem wordt gesleept. Met een cameragestuurde boormachine en baggerzak verzamelen ze monsters. Hoewel sponzen de hoofdmoot vormen zien biologen ook andere organismen bij de Langseth Ridge, zoals koraal. De sponzen bieden vermoedelijk substraat voor andere organismen om aan te hechten of zich in te verstoppen.

 

De gevonden sponzen lijken voornamelijk van het Geodia-genus en zijn gemiddeld zo’n 300 jaar oud. Naast oude exemplaren vonden onderzoekers ook veel jonge sponzen. De gemeenschap is dus actief bezig met voortplanting, waar kennelijk genoeg energie voor beschikbaar is. Vanwege het jaarrond aanwezige zee-ijs is het gebied nog niet veel onderzocht, wat volgens de biologen moet veranderen. ‘Nu het zee-ijs snel afneemt en het oceaanmilieu verandert, is een beter begrip van hotspot-ecosystemen essentieel om de diversiteit van de Arctische zeeën, die onder druk staan, te beschermen’, zegt laatste auteur Antje Boetius.

 


Detailopname van het door sponzen gedomineerde ecosysteem op de Arctische zeebodem, met koperkleurige sponzen en witgele zeesterren. Foto: PS101 AWI OFOS, Afred Wegener Institute, Antje Boetius