Het Vissennetwerk werd afgesloten met zeggentrekken aan de zoete en zoute kant van de Haringvlietsluizen. Hier bewonderen deelnemers de zoete vangst in een cuvet waarin geen glasaaltjes te zien waren.

Spui van zoetwater in de Nederlandse delta trekt enorme hoeveelheden glasaaltjes aan, maar een beperkt aandeel bereikt de binnenwateren.

‘Er liggen echt massa’s glasalen voor de deur en er is dus een grote potentie voor migratie van paling. Maar er is ook een mismatch in timing tussen migratiebeweging, spuiregime en de migratievoorzieningen. De positieve boodschap is dat er dus wel iets te verbeteren valt door optimalisatie’, vertelt visbioloog Sanne Ploegaert, senior projectleider bij kennisorganisatie Ravon in Nijmegen. Hij is 7 juni spreker op de zoet-zoutbijeenkomst in Stellendam van het Vissennetwerk, een platform voor kennisuitwisseling over vis en visserij dat dit jaar haar 20-jarig bestaan viert.

Loksignaal
Op de bijeenkomst deelt Ploegaert resultaten van het onderzoek naar passage van glasaal bij de Bathse Spuisluis. Dit is de enige waterkering van de Deltawerken die is aangelegd om overtollig zoetwater af te voeren, van Zoommeer en Volkerak via het Bathse Spuikanaal naar de Westerschelde. Een spuisluis met zes betonnen kokers die tot 8,5 miljard liter zoetwater per dag kan afvoeren. ‘Het gaat om enorme hoeveelheden zoetwater en dat zorgt ook voor een gigantisch loksignaal voor glasaal’, vertelt Ploegaert. Een signaal dat de nakomelingen van palingparingen in de Sargassozee waarschijnlijk al na migratie door Het Kanaal in de zuidelijke Noordzee oppikken. Ploegaert en collega’s onderzoeken met een fuik en kruisnetten het seizoensaanbod aan glasaal bij de Bathse Spuisluis en hebben in experimenten met gemerkte glasaal ook habitatgebruik en lokale migratiebewegingen gevolgd. ‘Het aanbod bij de Bathse Spuisluis bestaat over het gehele seizoen 2022 uit ongeveer 536 duizend glasalen. Dat is meer dan een factor 12 hoger dan de ruim 42 duizend glasalen die in 2022 bij gemaal De Noord zijn gemeten’, aldus Ploegaert. De Noord beschikt sinds 2019 over een vispassage voor glasaal en andere migrerende vissoorten als brakwatergrondel, bot en driedoornige stekelbaars.


Kans
Ook bij het Bathse Spuikanaal faciliteert een aangepaste koker vismigratie, maar glasalen hebben bij het huidige spuiregime maximaal tien minuten de tijd om binnen te trekken. Uit metingen blijkt dat dit 26 procent van de glasaal lukt, maar bij de volgende spui spoelt 29 procent daarvan weer naar buiten. ‘De netto kans op binnentrek is maar 18,5 procent’, concludeert Ploegaert. ‘Het laaghangend fruit is dat een aangepast spuiregime kan zorgen dat zich ruim vier keer zoveel glasalen voor de deur ophopen en we ook de doortrekefficiëntie kunnen verhogen.’ Ook bij andere lezingen in Stellendam en de afsluitende veldexcursie naar beide kanten van de Haringvlietsluizen blijkt dat vismigratie van zoet naar zout en omgekeerd nog verre van vanzelfsprekend is. Brakwater is binnen moeilijk te realiseren, ook omdat zoetwater veelal op zoutwater blijft drijven. ‘Haringen zwemmen wel met miljoenen naar binnen, maar verderop in het Haringvliet zijn ze onvindbaar’, constateert ook dagvoorzitter Pieter Beeldman, tevens projectleider Kierbesluit bij Rijkswaterstaat. ‘Overgangszones liggen vooral aan de buitenkant. Binnen is zoet nog steeds de realiteit.’

De volgende lustrumbijeenkomst van Vissennetwerk over klimaatverandering is op 20 september bij adviesbureau ATKB in Waardenburg.