In het Binnenveld is na vijf jaar natuurherstel ook de vrij zeldzame moeraswespenorchis (Epipactis palustris) teruggekeerd.

Hooiland toont hoe succesvol natuurherstel kan zijn als boeren, burgers en overheid de handen ineen slaan.

Ooit was het landbouwgebied tussen Wageningen, Ede, Veenendaal en Rhenen het meest bloem- en vlinderrijke gebied van Nederland. De weilanden stonden vol zeldzame planten zoals dotterbloem, waterviolier, blauwe zegge en moeraskartelblad. Insecten tierden welig, terwijl de roepen van patrijzen, kemphanen en andere weidevogels het geluidslandschap domineerden. Maar na de Tweede Wereldoorlog smoort de modernisering van de landbouw langzaam het leven in het Binnenveld en blijven er vooral grote, eenvormige velden raaigras over. Totdat in 2018 boeren, burgers, Staatsbosbeheer en overheden de handen ineenslaan in een poging het oorspronkelijke hooiland te herstellen.

De (te) korte natuurdocumentaire Hooiland laat met prachtige beelden zien hoe het Binnenland deze transformaties doorgaat en doorstaat. Dat begint met de 96-jarige voormalige boerenknecht Gijs van Essen, die vertelt hoe hij de hooilanden nog eigenhandig maaide met een zeis en mijmert over hoe ongerept en mooi het gebied tachtig jaar geleden was – unieke beelden uit de archieven van lokale historische verenigingen zetten zijn woorden kracht bij. Daarna volgt in rap tempo de verloedering. Binnen enkele minuten maken intensieve bemesting, een kunstmatig laag gehouden waterpeil en het toenemende stikstofoverschot korte metten met de biodiversiteit.

Daarna begint het proces waar de film eigenlijk om draait: natuurontwikkeling. Grote gravers verwijderen in de periode tussen 2018 en 2022 de stikstofrijke toplaag van een gebied ter grootte van 450 voetbalvelden. Sloten worden gedempt, omringend landbouwgrond wordt opgehoogd, het waterpeil gaat omhoog om oxidatie van veen te voorkomen en oude zaden uit het laatste stukje trilveen gaan de grond in. ‘Het is vreselijk om te zien’, zegt ecoloog Patrick Janssen over de moddervelden die achterblijven. ‘Maar soms moet je iets kapotmaken om het te kunnen herstellen.’


CLOSE-UPS

Dat herstel is natuurlijk perfect filmmateriaal om de kijker flink mee te verwennen, want binnen enkele jaren verandert de afgegraven vlakte in een hooiland waar dieren, bloemen en insecten naar terugkeren. Dat levert prachtige kiekjes op. Van close-ups van dansvliegen bijvoorbeeld. Of van hangmatspinnen met uitgebreide webben die als een deken over het gras in de ochtenddauw liggen. Onder water krioelt het van allerhande larfjes en schuwen salamanders en grote modderkruipers de camera niet, terwijl weidevogels weer hun intrek nemen in de graslanden. Ook de patrijzen en kemphanen keren terug. Tussen de bedrijven door vertelt Janssen welke kruiden en bloemen terugkeren en hoe het gebied wordt beheerd.

Hooiland is wat dat betreft een succesverhaal over de veerkracht van de natuur en wat er allemaal mogelijk is als men de handen ineen slaat. De horten en stoten die vaak gepaard gaan met natuurherstel blijven daarbij helaas grotendeels buiten beeld. En dat is jammer. Het was leuk, interessant en mogelijk leerzaam geweest als de kijker ook de tegenslagen in en eventuele kritiek op dit project had kunnen zien. Gezien de toch enigszins luttele lengte van 50 minuten had dat prima gekund. Dat neemt niet weg dat Hooiland absoluut de moeite waard is.

Zullen de oorspronkelijke blauwgraslanden ooit volledig terugkeren? De 96-jarige Van Essen sluit op de valreep toch nog af met een kritische noot: ‘We krijgen het nooit meer zo mooi terug als vroeger; toen was alles volmaakt.’

HOOILAND Luc Enting, Melchert Meijer zu Schlochtern en Harald van de Sanden Verteller: Gijs Scholten van Aschat
50 minuten, 9 januari 20.30 uur op NPO2