Met neonicotinoïden gecoate rijstzaden in de natte rijstteelt leveren problemen op voor het voedselweb in het Japanse Shinzi-meer.

 

Het gebruik van insectendodende neonicotinoïden in de rijstteelt heeft in Japan waarschijnlijk geleid tot een ontwrichting van het voedselweb in het Shinji-meer en plotselinge instorting van de visserij op smelt en paling. Dat blijkt uit metingen aan visserijopbrengsten, waterkwaliteit en planktonsamenstelling over meer dan dertig jaar door Japanse milieubiologen (Science, 1 november). De onderzoekers volgen visvangsten uit het brakke Shinji-meer al sinds 1981 en namen kort na de allereerste toepassing van neonicotinoïden in omliggende rijstvelden in 1993 een volledige instorting waar bij twee vissoorten. Zo zakte de jaarlijkse oogst aan de vissoort smelt in een enkel jaar in van 240 ton tot 22 ton. Een instorting die kort volgde op een afname met 83 procent van de gemiddelde biomassa aan zoöplankton.

 

Worstcasescenario
Hoewel oorzakelijk verband met neonicotinoïdengebruik niet experimenteel is aangetoond, weten de onderzoekers wel vrijwel alle andere oorzaken uit te sluiten. De Amerikaanse aquatisch ecoloog Olaf Jensen noemt de Japanse studie in een begeleidende perspective dan ook ‘overtuigend bewijs’. Toepassing van met neonicotinoïden gecoate rijstzaden levert volgens hem in de natte rijstteelt een worstcasescenario op, omdat ruim 90 procent van de coating terechtkomt in omringende bodem of water. Jensen voorspelt dat meer ecosysteemstudies de schadelijke effecten van deze insecticiden op niet-doelsoorten zullen blootleggen, zoals de ontdekking van met neonicotinoïden-geassocieerde achteruitgaan van insectenetende vogels door Nijmeegse ecologen (Nature, 2014).